Aan de boze, bezorgde, teleurgestelde en afgehaakte kiezers

Mobile & Tablets

Beste kiezers,

Weten jullie hoe politici ons zien?

Als een stem.

Als ze denken dat ze kans lopen dat wij op ze stemmen, zijn ze bereid hun goed ingestudeerde zinnetjes op ons af te sturen. Dan beloven ze ons alles wat we willen horen en geven ze andere partijen de schuld van alles wat we niet willen horen.

Ze willen dan onze stem.

Als ze denken dat ze geen kans lopen dat wij op ze stemmen, negeren ze ons, want dan hebben ze niks aan ons. Niets menselijks is de politicus vreemd.

Ze willen dan liefst dat we op het laatste moment nog omgaan en zetten alles op alles om de laatste dagen voor de verkiezingen toch nog onze stem te krijgen. Zie Rutte met de Turken in 2017.

Als ze denken dat wij op een ‘verkeerde’ partij gaan stemmen, bijvoorbeeld FvD of PVV, bespotten of criminaliseren ze ons. Zijn we in het beste geval dom en in het slechtste geval racist en xenofoob.

Ze willen dan dat wij niet stemmen.

Dat laatste lukt doorgaans aardig.

Kiesgerechtigden die het heel belangrijk vinden dat VVD, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en de PvdA ons land verder in de ellende gaan storten door de gevolgen van dat Verdrag van Marrakesh en dat maffiose Klimaatakkoord, zullen op 20 maart zeer gemotiveerd naar de stembus gaan.

Kiesgerechtigden die niet geloven dat we Rutte en de rest van die politieke elite kunnen stoppen, of die gewoon te bedonderd zijn om met hun luie reet van de bank te komen, zullen eerder niet gaan stemmen. En daarmee elke stem op die andere partijen relatief belangrijker maken.

Ik háát die mensen.

Als je vindt dat er iets moet veranderen, maar je gaat –om welke reden dan ook- niet stemmen, desnoods bij volmacht, dan ben je wat mij betreft geen knip voor je neus waard.

Dan verdien je niet beter dan dat Rutte-, Jetten- en Jesse-achtigen in eendrachtige samenwerking met Brussel dit land verder naar de verdommenis gaan helpen. Dan zijn de burgers er inderdaad voor het bestuur en niet andersom.

We krijgen één heel goede kans om ze weg te stemmen: op 20 maart. Hun meerderheid wankelt, zélfs als ze steun krijgen van GroenLinks en de PvdA.

Het is tijd voor een stemrevolutie.

Vanuit de redactiekelder van The Post Offline hebben wij gedaan wat binnen onze mogelijkheden ligt. We hebben materiaal gemaakt waarmee jullie nu aan de slag kunnen. En we gaan meer materiaal maken. Zie: stemrevolutie.nl.

Maar het woord is nu aan jullie.

Politici zien ons slechts als: een stem. Dat zijn we ook: een stem. Dat is alle macht die we écht hebben: één stem.

Als iedereen zelf gaat stemmen en één andere kiesgerechtigde ervan overtuigt dát hij moet gaan stemmen en wat hij níet moet gaan stemmen, is de stemrevolutie een feit.

En doe jij ook nu niks, stop dan verder met klagen en accepteer dat je een sukkel bent.

Groet,

JanD

PS. Ik droomde vannacht dat iemand mij op 21 maart stiekem fotografeerde op het moment dat ik de opper-Pinokkio, Mark Rutte, tegenkwam…

 

Aan Mona Keijzer

Electronica algemeen

Beste Mona,

In december beweerden twee prijsvergelijkers dat een gemiddeld Nederlands gezin dit jaar bijna 20 procent meer voor gas en elektriciteit moet betalen ten opzichte van 2018. Gaslicht.com noemde een prijsstijging van 360 euro netto, Pricewize.nl kwam uit op 327 euro.

De PVV stelde jou, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, er vragen over in de Tweede Kamer.

Dikke onzin”, beweerde je. “De berekeningen deugen niet. De prijsvergelijkers schatten het gas- en stroomverbruik van de Nederlanders véél te hoog in.”

Het is nog geen twee maanden later en het (nota bene door jouw eigen ministerie gefinancierde) CBS heeft berekend dat een gemiddeld Nederlands gezin dit jaar bijna 20 procent meer voor gas en elektriciteit moet betalen ten opzichte van 2018. Om precies te zijn: het CBS komt op een prijsstijging van 334 euro netto.

Hoe snel je er in december bij was om te liegen (want jullie hadden het destijds heus wel goed doorgerekend), zo stil staat je waffel nu. Je twitterde gisteren wat over snel internet in het buitengebied en over een campagnebezoek namens het CDA aan bedrijven in Medemblik.

CDA, hè?

Partijkartel, hè?

Dan ben je, als je eenmaal weer op het pluche zit, Exodus 20:16 vergeten. “Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.”

En Johannes 8:44, waarin die Jezus van het CDA zei dat de duivel de vader van de leugen is.

En Spreuken 19:5: “Een valse getuige wordt niet voor onschuldig gehouden; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.”

En Efeze 4:25:”Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid.”

Of Psalm 141:3 (waarbij ik stiekem altijd ook een beetje aan je VVD-collega Dilan Yesilgöz moet denken): Heere, zet een wacht voor mijn mond, behoed de deuren van mijn lippen.”

Als je deel uitmaakt van een kabinet met de beroepsleugenaars van de VVD, dan kun je die bijbel die christenen altijd zo schijnt te inspireren maar beter even een paar jaar in de hoek flikkeren, nietwaar?

Ik weet nog hoe de voormalige CDA-leider Jan-Peter Balkenende in oktober 2013 “Fatsoen moet je doen!” riep. Maar je excuses maken aan al die Nederlandse gezinnen voor wie 334 euro netto een enorme bak geld is en die je in december keihard voorloog, zal wel te veel gevraagd zijn, zeker?

Wacht maar af.

Het is zo 20 maart.

Groet,

JanD

UPDATE Het kabinet geeft inmiddels toe dat je loog. Waar kunnen mensen het verschil terugvragen?

 

Aan Ed Nijpels

Gezondheid algemeen

Meneer Nijpels,

Ik heb vanochtend toch maar even uw optreden in het Staatsomroep-programma Buitenhof teruggekeken.

Het mooiste was het stukje waarin interviewer Diana Matroos u -een heel klein beetje- ‘langs de milieumeetlat’ legde.

“Kookt u nog op gas?”

“Ik kook nog op gas.”

“Heeft u een warmtepomp thuis?”

“Ik woon in een Rijksmonument. Helaas zijn er beperkingen. Dat betekent dus ook: geen zonnecellen (…).”

“Hoe vaak vliegt u?”

“Ik vlieg eh… een aantal keren per jaar.”

“Ook naar verre bestemmingen, hè? Nieuw-Zeeland laatst…”

“Ja, ik ben laatst op vakantie geweest en heb vrienden opgezocht in Nieuw-Zeeland, ja.”

“Hoe vaak eet u vlees per week?”

“Dat is een beperkt aantal keren, want ik ben een heel grote visfanaat. Ik eet iedere dag twee haringen.”

Matroos vergat nog te vragen naar uw oude, energie vretende, boerderij met sauna en Turks stoombad in Friesland die volgens mij nog altijd te koop staat. Naar hoe vaak u de trein pakt in plaats van de auto. Naar het aantal vliegreizen van uw vrouw, die ‘Global HR Director’ bij Vopak is. Naar hoeveel ‘een aantal keren per jaar is’ eigenlijk is, waar het uw eigen vliegreizen betreft. Drie, dertien of zoveel dat u de tel kwijt bent?

Maar het punt was sowieso al duidelijk: van die warmtepomp waarvoor gewone Nederlanders straks hun spaarpot moeten leegtrekken of een extra lening moeten afsluiten, gaat de familie Nijpels geen last krijgen. En als je vrienden in Nieuw-Zeeland hebt, moeten de mensen niet gaan zeuren als je die zo af en toe wilt bezoeken (net als het vieren van je 20-jarig huwelijk in Oman niet meer dan normaal is; dat doen al die burgers die mekkeren over dat Klimaatakkoord immers ook, nietwaar?).

Het gesprek ging verder.

“U heeft wel een voorbeeldfunctie.”

“Ja, precies, ja. Maar waar het om gaat is dat je probeert met dat Klimaatakkoord de mensen ook méé te nemen…

Ik kan u één ding vertellen, meneer Nijpels.

Dat is volkomen mislukt.

En daar worden de partijen die tot op de laatste dag voor de presentatie van uw Klimaatakkoord in de zogenaamde cockpit meeschreven aan dat resultaat van die maffiose samenwerking tussen de ‘rechtse’ klimaatindustrie en de ‘linkse’ klimaatsekteleden op 20 maart hopelijk keihard op afgerekend.

Fijn dat u de hypocrisie nog even haarfijn blootlegde.

Groet,

JanD

PS. Bent u al abonnee van mijn nieuwsbrief. Vandaag of morgen komt de volgende uit.

 

Aan de leiders van ‘de foute zes’

Heren, Robbie en Jessepesse,

Ik ontving gisteren een verhaal van Wally Soute.

Jullie hoeven niet bij hem op een muurtje te komen zitten met in je kielzog de campagnefotograaf. En op een doorgeschoven vaas van Klaas zit-ie ook niet te wachten.

Wally wil alleen maar dat jullie zijn verhaal lezen.

Komt het:

“Zondagmiddag 13 januari 2019, half vier.

Uit het achterhuis dat uitkijkt over ‘t Gelders Landschap zag ik zojuist de reetjes zich tegoed doen aan de verse liksteen, die ik daar vorige week heb opgehangen. Vanuit mijn woonkamer, zie ik de meesjes zich de veertjes uit ’t lijf vliegen rondom de vetbollen met zaad, daar gisteren door mijn vrouw opgehangen. Terwijl mijn pelletkachel snort, schenk ik bij m’n nét vers gezette koffie tubruk een bel Napoleon VSOP in.

Het is zondag, dus het mag.

Een euforisch gevoel overmant me. Achterover hangend denk ik: ik heb ’t goed. Twee afgestudeerde dochters, en een zoon die de pabo als een speer doorloopt. Een lieve vrouw, die daarnaast ook nog eens mijn maatje voor ’t leven is. Een woonlocatie die voor mij de ideale is.

Wat wil ik nog meer?

Terwijl mijn pelletkachel nog stééds snort, begin ik er stééds meer en meer een soort van difonium in te ontwaren. Een mengeling van ‘Tchaikovsky’s 1870′, en ‘Voordat de bom valt’ van Doe Maar. Uiteindelijk krijgt de Marseillaise de overhand.

Gisteren voorlopig de laatste Erasmusbrug-loop gedaan. Samen met Jan, Ebru en Marco. De plicht roept op zaterdag.

Die Marseillaise blijft verdomme maar door dreunen. Ik zie die verschrikkelijke Robespierre-achtige beelden weer op mijn netvlies voorbij komen.

Terwijl ik nog een nip van mijn Napoleon neem, terwijl de tubruk al zo goed als koud is, overvalt mij ineens de vraag: voelt dit nu écht zo goed?

Mijn gedachten dwalen terug naar het jaar 1953. Toen ik als klein jongetje vanuit Indonesië met mijn ouders en broertjes met de M.S. Sibajak als repatriant ‘terugkeerde’. Als basis naar Lemmer in Friesland gestuurd, waar ooit de roots van mijn vader lagen. Waar ik als getectyleerd manneke van vijf te maken kreeg met de vooroordelen van de toenmalige bevolking. Mij moest laten welgevallen uit een klapperboom te zijn gelokt met een spiegeltje. Of ik nog kraaltjes en schelpjes had om te ruilen.

Later in Eindhoven gedropt door mijn moeder op de lagere school, omdat ik niet wilde dat ze met mij mee naar binnen ging. Ik was toch die grote flinke vent? Maar na tien minuten kroop ik hysterisch als aangeschoten wild onder de rokken van mama, na belaagd te zijn door kabouters, elfjes en andere monsterachtige types. Wisten wij veel wat carnaval was.

Mijn eerste spreekbeurt in de tweede klas van de lagere school, die werd afgedaan door de juf met: ‘Je mag niet jokken, Waltertje’. Terwijl ik alleen maar mijn verhaal deed over hoe wij in Jakarta als kind woonden en speelden op onze daktuin in onze trapauto’s, altijd in de gaten gehouden door de verantwoordelijke baboe. Hoe mijn moeder daarna gewapend met fotoalbums mijn gelijk moest gaan halen om onze status daar te bewijzen.

Wonend in een door nota bene Rietveld ontworpen woning aan de Indramayu Weg in Jakarta, die er trouwens nog steeds staat, hadden wij een zorgeloze eerste jeugd.

Ik voel het grootste respect voor mijn vader, die als 45-jarige met vier kinderen een nieuw bestaan moest opbouwen hier in Nederland. Er was toen niemand die het voor ons opnam. Geen linkse groenen die een welkomstlied voor ons zongen, we moesten het allemaal zélf doen.

Wij hebben ons als kind altijd al moeten manifesteren tegenover de ons als vreemdeling bejegende jeugd. Dat deden mijn broers en ik door ze lik op stuk te geven bijvoorbeeld op de ijsbaan, door ze uit te dagen, een sprintje te trekken. “Kom ons maar halen, blanda.”

En nooit wonnen ze. Zo dwongen wij ons respect af.

De jaren daarna, toen ik na ’t afronden van mijn HBS tegen wil en dank van mijn academisch opgeleide moeder als muzikant mijn leven wilde gaan slijten.

De fantastische ‘wild 60’s’ die ik mocht meemaken, de 70’er, 80’er en 90’er jaren vol overvloed waarvan ik méé mocht genieten, toen politiek nog enigszins voor het volk was, toen stemmen nog niet écht het grote verschil maakte, en toen ik in vette benzineauto’s het land doorkruiste naar mijn werk en optredens, en toen 15 miljoen mensen zich nog bewust waren van een rijk bestaan.

Die tijd, daar schreven Fluitsma en Van Tijn hun lied over.

Een tijd die ik ook mijn kinderen en kleinkinderen zou willen toewensen.

Een tijd waarin respect voor elkaar nog doodgewoon was.

Waarin een patat of frietje met een klodder mayo een eigen keus was, zonder dat je er op werd aangekeken.

Waarin je je Turkse kapper nog gewoon met ‘Ali’ kon aanspreken zonder als racist te worden weggezet.

Waarin een Marokkaanse jongen nog gewoon ‘meneer’ en ‘U’ tegen je zei, zonder het kk-vocabulaire te gebruiken.

Waarin groen nog stond voor de kleur van nieuw leven en hergeboorte.

Waarin we Balkenende nog de maat konden nemen.

Waarin we zonder het ‘Kwartje van Kok’ onze tank nog boordevol konden gooien.

Waarin een asielzoeker nog gewoon een vluchteling was.

Waarin de D nog stond voor Democratie en niet voor plucheplakkerij.

Kortom, waarin een volk nog de zin des levens kon associëren met een gelukkig bestaan.

Dáár denk ik nu aan, terwijl ik mijn laatste nip Napoleon tussen mijn tong en verhemelte laat wegglijden.

Terwijl ik naar de bar loop om een nieuwe bel in te schenken, word ik geconfronteerd met mijn gele hesje, dat gedecoreerd met het speldje van The Post Offline sinds gisteren nog steeds in de hal hangt.

Ben er trots op. Voel me een revolutionair zonder het guillotine-touw te hoeven te hanteren. Maar hoop wel, dat alle Robespierre’s ooit eens aan hún trekken zullen komen.

Het begint te schemeren. Mijn bel Napoleon verwarm ik in de palm van mijn hand. Buiten zie ik nog net hoe een roodborstje haar plekje bij de vetbol probeert te verdedigen. Succes, Red Robin. Die koolmees kun je best aan.

Als ik met de afstandsbediening de kachel op ‘turbo’ zet omdat buiten de temperatuur daalt, snort-ie met een andere intonatie.

En als ik goed luister, hoor ik het Wilhelmus.

De telefoon rammelt.

Mijn oudste dochter.

‘Pap, heb je nog wat te eten in huis?’

Terwijl ik mijn belletje leeg drink, spoed ik mij naar de keuken om uit de diepvries een dubbele kant- en klaarmaaltijd te pakken. Een voor mijn vrouw en een voor mijn dochter.

Gezellig, dadelijk samen dineren.

Mijn gemoed neemt weer een neutrale houding aan.

Ik denk dat ik het tóch goed heb.”

Wally is zo iemand die zich een paar jaar geleden de benen uit het lijf liep voor het Oekraïne-referendum. Hij wist wel dat jullie je reet zouden afvegen met de uitslag, maar hij deed het toch.

Wally is zo iemand die elke zaterdag waarop hij geen andere verplichtingen heeft een geel hesje aantrekt. Hij weet wel dat jullie er om lachen, maar hij blijft het doen.

Wally doet het niet voor zichzelf, want hij heeft het goed. Hij doet het voor de volgende generaties. En voor de mensen die jullie al genaaid hebben, de afgelopen jaren.

Ik weet niet wat Wally op 20 maart gaat stemmen.

Ik weet wel dat het niet op jullie, de politici van VVD, D66, CDA, ChristenUnie, GroenLinks en de PvdA, zal zijn.

Het wordt de laatste kans om jullie te leren dat de burger er niet is voor het bestuur, maar dat jullie er zijn voor de burger.

Het is nu of nooit.

Wally komt jullie halen, blanda’s!

Groet,

JanD

 

Aan Jesse Klaver

Cadeauwinkel

Jessepesse!

Wat ben je toch een lieve knul.

Heb je gehoord dat er elke vrijdag een lief meisje in haar eentje een uur voor het gemeentehuis van Zeist zit te koukleumen omdat de opwarming van de aarde haar zo aan het hart gaat.

Besluit jij dat je dat meisje een hart onder de riem wilt steken.

En niet zomaar eentje, via een Whatsappje naar haar iPhone, nee, je wilt het persoonlijk doen.

Dus je stapt op je vrije vrijdag in Den Haag in de auto en gaat naar Zeist.

Daar tref je het meisje inderdaad aan.

Je gaat naast haar op een muurtje zitten rillen.

Ze mag een beetje klessebesse met Jessepesse.

Want jij vindt dat tof, dat kinderen zich inzetten voor de goede zaak.

Het liefst wil je haar ouders ook nog even spreken, om ze te complimenteren met de geslaagde opvoeding van het lieve meisje. Maar die zijn er niet.

Als je op de terugweg in de auto zit, ontdek je dat de afdeling Zeist van je partij een foto van je ontmoeting met het lieve meisje op internet heeft gezet.

Je belt die lui woedend op.

Hoe josephgoebbelserig je het vindt dat zij een spontane ontmoeting tussen een gewone volwassene en een onschuldig meisje inzetten voor de partijpropaganda.

“Dat was niet de bedoeling, jongens”, zeg je.

“Schandalig!”

“Kindermisbruik!”

“Haal onmiddellijk van Twitter af!”

Toch?

Toch?!?

Groet,

JanD

UPDATE Aha, Lilly is al sinds haar 8e een van jullie oogappeltjes.

UPDATE 2 O, bij Lilly is het gewoon kinderarbeid. Ze vloog voor het klimaat ook al naar Curacao…