Aan Geert Wilders

DierDier

Beste Geert,

Soms is het goed om even stil te staan bij waar het echt om draait in het leven.

Woensdagavond zat politiek commentator Wouter de Winther van De Telegraaf bij Jinek om te praten over het politieke leven van D66-leider Sigrid Kaag.

Hij legde uit dat zij “een moeilijk jaar achter de rug had”.

Ik dacht wegens gewetenswroeging over hoe zij persoonlijk was omgegaan met de slachtoffers van het #MeToo-schandaal binnen D66, maar dat bedoelde hij niet.

Hoe het dan kwam?

“Door een lange formatie en die verschrikkelijke bedreigingen, met die fakkel enzo…”

Aha, die fakkel. 

Eén of andere godsdienstwaanzinnige stond voor haar huis met een brandende fakkel leuzen te schreeuwen.

Dat wappie werd meteen opgepakt.

Hij stond binnen een maand voor de rechter.

Bij de rechtbank hield Sigrid Kaag met een snik in haar stem een verhaal waarin ze beweerde dat ze zich met dat gekkie voor de deur onveiliger voelde dan ze zich in haar VN-tijd ooit in oorlogsgebied had gevoeld.

En die dwaas ging een halfjaar de cel in.

Ik geloof niet dat Wouter de Winther bedoelde dat Sigrid Kaag dus ons medelijden verdient nu blijkt dat de ingestudeerde moreel verheven marketingpraat die haar mond verlaat over bijvoorbeeld vrouwenrechten in schril contrast staat met haar daden.

Maar hij wilde toch even genoemd hebben hoe zielig ze is.

En toen las ik jouw artikel bij Bertus.

Waarin je schreef over hoe het Openbaar Ministerie omging met de duizenden doodsbedreigingen aan jouw adres (spoiler: in de prullenbak) en hoe jouw leven eruit ziet.

“Ik ben in 2004 – kort na moord op Theo van Gogh – onvrijwillig en abrupt uit mijn huis in Venlo gehaald om er nooit meer terug te keren. Ik heb vermommingen moeten dragen van plaksnor tot pruik en bril en heb samen met mijn vrouw een tijd lang in een kazerne en later ook in een gevangenis gewoond om veilig te zijn. Iedere dag ga ik in auto’s met zwaailicht en sirenes naar mijn werk in de Tweede Kamer.”

“Ik ben al bijna achttien jaar nergens geweest zonder politie en buiten de muren van mijn safe house – eigendom van de Staat – heb ik nul privacy. Iedere afspraak moet van tevoren worden gemeld en verkend door de dappere mannen en vrouwen van de DKDB die me met gevaar voor eigen leven beschermen en aan wie ik te danken heb dat ik nog in leven ben. En ik realiseer me altijd, iedere dag, ochtend, middag en avond dat mijn leven, ondanks de beveiliging, op een dag ineens voorbij kan zijn. Soms vergeet je de zwaarte daarvan en soms vreet het ongenadig aan je.”

Het is, bedoel ik maar, even iets anders dan een schreeuwende wappie voor de deur.

En er is veel te weinig aandacht voor dat dit in Nederland kan.

Dat al die beveiligingsmaatregelen nodig zijn.

En dat er zelden iemand voor de rechter verschijnt.

Eén zin raakte me in jouw verhaal in het bijzonder.

Je schreef: “Ik kan mij de geur van vrijheid niet meer herinneren.”

Je leeft nog.

Maar het is geen leven.

Politici die al achttien jaar vooral zwijgen over wat jou wordt aangedaan en die jou zelfs demoniseren, verdienen wat mij betreft dan ook een speciaal plekje in de hel.

Kunnen ze meteen de groeten doen aan Sigrid Kaag.

Groet,

JanD

PS. Cadeau. Voor als je ooit een safe house hebt met open haard.

Disclaimer: Het dagelijkse ‘Briefje van Jan’ wordt mede mogelijk gemaakt door incidentele donaties via Bunq en vaste donaties via Backme. Waarvoor dank!