Aan Femke Halsema

Beste mevrouw Halsema,

Eind vorig jaar kreeg uw man, Robert Oey, een taakstraf van 40 uur opgelegd omdat hij een onklaar gemaakt, maar verboden wapen in uw ambtswoning had verborgen.

Dit was aan het licht gekomen nadat uw zoon met dat wapen was gaan ‘klieren’ op de openbare weg en werd aangehouden door de politie – een prachtige scoop destijds van De Telegraaf.

U bent het vast nog niet vergeten 🙂

Gisteren lekte via dezelfde Telegraaf uit dat uw man de taakstraf niet accepteert. Daardoor komt er toch een zitting van de politierechter in Amsterdam en als de uitspraak van de politierechter uw man niet bevalt nog een hoger beroep bij het Gerechtshof.

Aangezien de rechtbanken nogal druk zijn, kunnen wij zomaar nog twee jaar lang genieten van deze soap.

Als ik heel eerlijk ben, prijs ik uw man voor zijn principiële houding.

Zelf heb ik eind jaren ’90 samen met twee Panorama-collega’s eens onder verdenking gestaan van een strafbaar feit. Iets met een auto met Ajax-vaantjes bij De Kuip. We werden van ons bed gelicht, we verbleven drie dagen op het politiebureau in Rotterdam-IJsselmonde, we werden na een paar maanden nog een keer verhoord door de rechter-commissaris en toen brak een lange stilte aan. Die werd een jaar en elf maanden na de arrestatie doorbroken met een schikkingsvoorstel.

Ik voelde er helemaal níets voor om dat voorstel te accepteren.

Uit forensisch onderzoek (naar, mind you, een rótje) was gebleken dat wij niet schuldig waren aan het ten laste gelegde (uitlokking van een poging tot brandstichting). Dus we stonden sterk als we het voor lieten komen.

Maar onze werkgever wilde van het gezeik af, hintte zelfs op problemen in mijn verdere carrière en was niet alleen bereid om het schikkingsbedrag te betalen, maar leverde ook een verklaring over compensatie bij eventuele inkomstenderving in de toekomst en bij eventuele problemen om mijn favoriete land Amerika in te komen door deze kwestie.

Daarnaast zag ik hoe mevrouw Dijkgraaf reageerde op de hele kwestie. Ze was en is weliswaar een bikkel, maar waar ik een tijdje in de bajes nog zag als ‘research voor een leuk boek’, zeiden haar ogen dat ze na ruim twee jaar eindelijk wel eens van het gezeik af wilde zijn. Dat gezeik omvatte niet alleen onzekerheid over ‘wat er zou gebeuren’, maar had ons gezin ook een tijdje op een onderduikadres in Friesland gebracht, omdat de politie ons huis in Wijk bij Duurstede voor ons niet veilig achtte.

Dus ik ging akkoord en mijn toenmalige werkgever VNU Tijdschriften betaalde 10.000 gulden en stuurde me een brief met allerlei toezeggingen.

Ik gooi altijd alles weg, maar uit de periode 1997-1999 heb ik één (dikke) ordner bewaard: dát dossier.

Dat zegt wel iets.

Namelijk dat die kwestie wel werd afgesloten, maar dat het me nog altijd niet helemaal lekker zit dat ik koos voor de weg van de minste weerstand: mijn carrière en rust.

Op uw man stond ook veel druk om zich neer te leggen bij de 40 uur taakstraf.

Ten eerste omdat jullie zoon bij de zaak betrokken is.

Ten tweede omdat u, zijn vrouw, in uw werk veel last van de kwestie heeft, zolang-ie niet definitief is afgesloten.

Ten derde omdat hij weet dat verzet tegen de taakstraf leidt tot een openbare rechtbankzitting, waarin weer meer details naar buiten zullen komen over de zooi in uw gezin.

Ten vierde omdat vrijspraak bij de Amsterdamse rechtbank (ondanks dat een Haarlemse officier van justitie wordt ingevlogen) weer zal leiden tot een beschuldiging van klasse-justitie. Of zelfs: beïnvloeding (zie: Grapperhaus, Ferd).

Kortom: als hij gewoon die 40 uur was gaan kopiëren in een buurthuis, was dát gezeik achter de rug geweest.

En nu begint de ellende weer van voren af aan.

En dat allemaal omdat hij per se geen strafblad wil hebben. Een strafblad kan hem, nu het om wapens gaat, namelijk ernstig beperken in zijn mogelijkheden om de wereld over te reizen – wat in jullie kringen een soort hobby is.

Iemand die in zijn ‘man-van’-situatie de keuze maakt om te vechten voor zijn vrijheid, gun ik nog dat-ie wint ook.

Alleen zie ik érg op tegen het triomfantalisme dat vanaf dat moment van uw toch al arrogante smoelwerk af te lezen zal zijn…

Groet,

JanD

Het dagelijkse ‘Briefje van Jan’ wordt mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties via Back me en incidentele giften via Bunq me.

Films en series

Top 25 van 2019 (3/5)

Sale (NL)
Sale (NL)

Beste mensen,

Als Radio 2 ouwe hits mag recyclen, mag ik het ook. De laatste vijf dagen van het jaar presenteer ik je daarom de 25 best gelezen ‘Briefjes van Jan’ van 2019.

Vandaag de nummers 15 tot en met 11.

15

Aan capo di tutti capi Mark Rutte

Over hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat ook de politie zich door de premier laat misbruiken om het politieke proces tegen Geert Wilders op gang te helpen. (8 juni 2019)

14

Aan Lilian Marijnissen en Jesse Klaver

Over de wegkijkende leiders van de twee partijen die de hofleveranciers zijn als er extreemlinks gajes gezocht wordt om – ik noem maar wat – Thierry Baudet met de dood te bedreigen. (25 maart 2019)

13

Aan meneer Halsema

Over een man met weinig carrièreperspectief die zijn vrouw whitewasht én voor schut zet in een paginagroot lik- en slijminterview met NRC Handelsblad. (14 september 2019)

12

Aan GroenLinks-wethouder Jorrit Nuijens

Over iemand van de Jesse-sekte die politieagenten in hun gezicht spuugt nadat-ie helemaal koekwaus was gegaan op een glaasje water. Of zoiets. (21 juni 2019)

11

Aan de boeren

Over waarom de boeren bij hun demonstratie niet met eieren moeten gooien, maar op eieren moeten lopen. Omdat politici en media anders in eendrachtige samenwerking de sympathie van de bevolking zullen downplayen. (16 oktober 2019)  

Morgen: de nummers 6 (Kleine Piemel) tot en met 10 (de bonnetjeszoeker).

Groet,

JanD

Films en seriesFilms en series

Wil je dat het dagelijkse ‘Briefje van Jan’ ook in 2020 blijft verschijnen? Doe dan een vaste maandelijkse donatie via Back me of een incidentele gift via Bunq me.

Aan meneer Halsema (2)

Beste meneer Halsema,

Met uw vrouw kom ik morgen einde van de middag nog wel te spreken, maar ik wil het met u toch nog even over één zinnetje hebben in dat verhaal dat u samen met die twee jongens van NRC Handelsblad construeerde over die revolver in de ambtswoning.

U zei: “De berichtgeving in De Telegraaf is het gevolg van puur seksisme en zuivere haat – alleen omdat er een vrouw in de ambtswoning zit.”

Dat van die haat wil ik nog wel een beetje geloven, want die is geheel wederzijds. Was het niet uw vrouw die het tot dan prima verlopende contact met een journalist verbrak toen die bij De Telegraaf ging werken? Check dat, als u precies wil weten hoe het zat, eens bij de chef van de parlementaire redactie daar, Wouter de Winther.

Maar ‘seksisme’?

Ik denk eerlijk gezegd niet dat De Telegraaf er minder hard zou zijn ingegaan als de 15-jarige dochter van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb met een revolver betrapt was bij een inbraak in een woonboot.

Of had u dan de schuld gegeven aan ‘islamofobie’?

Ja, hè?

Nou, de 15-jarige zoon van welke willekeurige mannelijke VVD-burgemeester van welke willekeurige grote stad dan.

En als dan ook nog zou blijken dat die revolver (zonder bijbehorend certificaat of wapenvergunning) in de ambtswoning van die willekeurige mannelijke VVD-burgemeester was neergelegd door zijn echtgenote (v/m), zou De Telegraaf er nog veel harder zijn ingegaan dan De Telegraaf nu al deed toen het – in de woorden van uw vrouw – nog om een ‘beetje klieren’ met een ‘klappertjespistool’ ging.

En terecht.

Waar ik gisteren trouwens erg om moest lachen na dat interview met u in NRC waren al die analyses dat het een briljante strategische zet was van de Halsema’tjes en hun mannetjesmakers.

U zou alle schuld op zich nemen, waardoor uw vrouw juridisch en baantechnisch uit de wind kon blijven.

Mensen die dat denken, hebben blijkbaar echt geen idee hoezeer iemand die geacht wordt braafjes burgemeestersvrouw (v/m) te spelen in de knel kan komen met zijn ego en de behoefte ontwikkelt om de middelvinger op te steken naar de hele wereld.

Er is één eerder voorbeeld van: Gusta Peper. De toenmalige Rotterdamse burgemeester Bram Peper liet zich in zijn begintijd door Ischa Meijer samen met zijn echtgenote interviewen voor Vrij Nederland. Net als alles rond uw revolver en jullie arrogante houding héérlijk leesvoer.

Maar niet veel later scheidde Bram wel van Gusta (of andersom) en moest hij afscheid nemen van zijn tweede grote liefde, omdat anders zijn burgemeesterschap misschien zelfs in gevaar kwam: de alcohol.

Kortom: Albert Verlinde blijft voorlopig de enige burgemeestersvrouw (m/v) die zijn man geen schade heeft berokkend met zijn publieke optredens. Al kon Onno Hoes dat prima zelf, zonder steun van een partner beschadigen.

Net als uw Langetenenvrouwtje.

Groet,

JanD

Het dagelijkse ‘Briefje van Jan’ wordt mede mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties (via Back me) en door incidentele giften (via Bunq me).

Aan meneer Halsema

Wonen algemeen

Beste Robert Oey,

De term ‘iemand voor de bus gooien’ gaat nog eens heel groot worden.

Volgens u en uw vrouw heeft De Telegraaf in augustus jullie 15-jarige zoon ‘voor de bus gegooid’, toen de krant onthulde dat binnen de politie gevreesd werd voor een doofpotaffaire. Jullie zoon had met een vriendje ingebroken in een woonboot en was in het bezit van een verboden wapen en messen en toen De Telegraaf van de zorgen bij de politie hoorde, sprong de krant er bovenop.

Zelf gooide u anderhalve maand eerder ook iemand ‘voor de bus’: de gederadicaliseerde jihadist Jason Walters. Hij wilde per se onherkenbaar gemaakt worden in uw nieuwe documentaire ‘The Good Terrorist’, u had hem ook toegezegd dat u die eis zou inwilligen, maar u bracht hem in de Deense versie gewoon herkenbaar in beeld. Vrij gevaarlijk in die kringen, maar uw geldingsdrang was blijkbaar groter dan uw betrouwbaarheid.

En vandaag komen we de term ‘voor de bus gooien’ wederom tegen, namelijk in een ontluisterend interview dat u gaf aan NRC.

U gebruikt ‘m voor De Telegraaf en uw zoon, maar in dat interview gebeurt iets heel anders: u gooit uw eigen vrouw, de burgemeester van Amsterdam, voor de bus.

Blijkbaar was NRC er achter gekomen dat het ‘(verboden) nepwapen’ waarmee jullie zoon was aangetroffen niet zomaar een goed gelijkend klappertjespistool was, maar een echte revolver, die onklaar was gemaakt en die hij van u had ‘geleend’ toen hij op 15 juli de straat op ging.

U hád kunnen volstaan met een bevestiging aan NRC en kunnen beweren dat het een rekwisiet was dat u tijdelijk bewaarde omdat u het voor een film nodig had. De Imanuelle Grives-methode, zeg maar.

Maar dat deed u niet.

Uw ego won het van uw verstand.

U ging met twee NRC-verslaggevers in een bruin café zitten en liep volledig leeg.

U vertelde dat u uw vrouw toen ze u belde over de arrestatie van jullie zoon niet meteen zei dat het uw wapen was. “Het grappige is, in alle commotie heeft niemand gevraagd: ‘Waar komt dat wapen vandaan?’”

U vertelde dat uw vrouw niet wist dat u dat wapen in de ambtswoning verstopt had.

U vertelde dat uw vrouw wilde dat u terug kwam uit Bangkok, waar u voor werk was, om de rest van het gezin bij te staan, maar dat u dat weigerde. “Ik ben nog twaalf dagen in Bangkok gebleven. Ik heb het weggestopt en heb me volledig op m’n werk gestort. Ik heb gedacht: ik zie wel wat ik straks aantref thuis.”

U vertelde dat u niets weet van het verhoor van uw zoon, omdat u het er (twee maanden later…) nog niet met uw vrouw en uw zoon over heeft gehad.

U vertelde dat u, terwijl uw vrouw haar beruchte ‘brief aan alle Amsterdammers’ zat te tikken, rustig was gaan slapen.

U vertelde dat uw vrouw in die brief niet schreef over het feit dat het úw wapen was die in háár ambtswoning had gelegen, omdat er door de buitenwacht geen vragen werden gesteld over de herkomst. “Het was bij ons thuis ook geen discussie. Het tekent een beetje hoe wij in elkaar steken.”

U vertelde dat u het liefst een persconferentie had gehouden met uw vrouw en uw zoon. “Die jongen in een mooi pak.”

U vertelde dat uw vrouw, die De Telegraaf samen met u verweet en verwijt jullie zoon ‘voor de bus te hebben gegooid’, met haar woordvoerder en advocaat Peter Plasman anders besloten. “Dan ben ik geen factor van belang – en dat snap ik ook.”

U vertelde dat u en uw vrouw deze kwestie nooit hebben uitgesproken. “Ze heeft nog niet geroepen: ‘Paardenlul, hoe kún je nou…” Ze kan dat wel zeggen, maar dan zeg ik tegen haar: ‘Dit is gewoon mijn werk. Flikker op met je ambtswoning!’ Dat is de ruzie die we nu beiden uit de weg gaan.”

U vertelde, lachend, dat u over het meenemen van een Kalashnikov naar de ambtswoning door deze hele affaire “wat beter zou nadenken”.

Tenslotte: u vertelde dat als uw vrouw had geweten van dat wapen in de ambtswoning, ze zou zijn gaan gíllen. En ze zou gezegd hebben: “Dit is reden voor ontslag.”

Dit NRC-verhaal stond gisteravond al online.

Ik ben nu benieuwd naar twee dingen.

Ten eerste: hoe sliep het bed in de logeerkamer?

Ten tweede: heeft uw vrouw haar nieuwe ‘brief aan alle Amsterdammers’ al af?

Groet,

JanD

PS. Het wachten is natuurlijk op uw boek. En niet te bescheiden doen, zelfs Jandino schreef een boek. En die kan, zo heb ik uit betrouwbare bron vernomen, niet eens lézen 😉

UPDATE Oh ja, uw vrouw is een liegbeest.

UPDATE 2: Forum voor Democratie en VVD beslissen: nú is het geen privékwestie meer.

Het dagelijkse ‘Briefje van Jan’ wordt mede mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties (via Back me) en door incidentele giften (via Bunq me).

Aan de burgemeester van Amsterdam

(Noot voor de fotoredactie: bij de man rechts graag nog een balkje)

Mevrouw Halsema,

Theo van Gogh regisseerde in 2004 de korte film ‘Submission part 1’ van de afvallige moslima Ayaan Hirsi Ali.

Van een ‘part 2’ kwam het nooit.

In de brief die moslimterrorist Mohammed Bouyeri op 2 november van dat jaar aan de Linnaeusstraat met een mes in de borst van de door hem zojuist omgelegde Van Gogh prikte, bedreigde Bouyeri Ayaan Hirsi Ali met de dood. Van Gogh was volgens Bouyeri, net als Hirsi Ali, “een vijand van de islam” en had dus de eerste in een reeks moeten worden.

Theo van Gogh was een makkelijk doelwit voor de moslimterrorist.

Hij zag er namelijk nogal herkenbaar uit.

En niemand fietst sneller dan een kogel.

Ik wil maar zeggen: in de radicale islamitische wereld kijken ze niet op een dooie meer of minder als het gaat om mensen die ‘de goede zaak’ verraden.

Radicale moslims die deradicaliseren, zijn voor de Bouyeri’s van deze wereld, en voor de geestelijk leiders die dat soort vullis inspireren, ook een doelwit.

Zo houdt de AIVD al jaren ene Jason Walters (Abu Mujahied Amrikie) in de gaten.

Walters was, net als Bouyeri, lid van de Hofstadgroep. Nadat hij in 2013 een lange gevangenisstraf wegens het gooien van een handgranaat naar een arrestatieteam en het lidmaatschap van een criminele organisatie had uitgezeten, deradicaliseerde hij.

Sindsdien is Walters regelmatig in de media geweest. Uit angst voor aanslagen op zijn leven uit de radicale moslimhoek altijd onherkenbaar.

Maar nu is het leven van Walters alsnog extra in gevaar gebracht.

Er is namelijk een filmmaker die hem tussen 2013 en 2015 een aantal keren sprak. Die, volgens Walters (en de Reclassering), afspraken over veto-recht en het onherkenbaar maken van Walters aan zijn laars lapte. En die glashard zou liegen over de inschatting van Walters’ risico’s door de AIVD. Of de NCTV, whatever.

Daardoor is de film in Denemarken al te zien geweest met een volledig herkenbare Jason Walters. In de Nederlandse versie is hij inmiddels alsnog ‘geblurd’, maar het leed is natuurlijk al geschied.

Moslimterroristen hebben ook internet.

Die filmmaker krijgt in alle Nederlandse media deze week ruim baan om zijn film te promoten en zijn frustratie te uiten over het feit dat Jason Walters zich in 2015 terugtrok uit het project.

Die publiciteitshausse heeft de filmmaker niet te danken aan de kwaliteit van de film. Want die kreeg maar twee sterren in NRC Handelsblad en de Volkskrant.

Dus aan iets anders.

Ik vermoed: aan het feit dat de filmmaker, Robert Oey, de man is van de burgemeester van Amsterdam.

Zo werkt dat bij de Staatsomroep en de mainstream media.

En nu maar hopen dat Jason Walters niet door uw lieve stad gaat fietsen, net als Theo destijds…

Groet,

JanD

PS. Wilt u dat ik dit soort sympathieke kattebelletjes blijf schrijven? Dat kan! Wilt u juist liever dat ik er mee stop? Dan zijn er vast zát mensen die dat zullen verhinderen 😉