Aan het linkse deugvolk

Beste deugers,

Ik ga het één keer met jullie over bedreigingen hebben.

Ja, het is kut als mensen een paar stickers met vervelende teksten op je voordeur plakken.

Ja, het is kut als je je realiseert dat kneusjes je adres weten en de moeite nemen bij je langs te rijden.

Maar het heeft niets, maar dan ook níets met ‘bedreigingen’ te maken.

Ik erger me al jaren dood aan de devaluatie van het begrip ‘bedreiging’. En daarvoor heb ik een reden.

Begin 2004 werden een collega van mij, ik persoonlijk als de ‘direct leidinggevende’ die hem ‘faciliteerde’ en alle andere collega’s in het algemeen schriftelijk bedreigd met de dood.

Ruim een halfjaar en diverse nieuwe bedreigingen later werd die collega van mij inderdaad vermoord. Hij werd neergeschoten, zijn keel werd doorgesneden en hij kreeg een mes in zijn buik.

Het stond zelfs in de krant.

Kijk maar:

Een paar féiten over die periode.

Feit 1: Toen wij begin 2004 aangifte deden van bedreiging tegen die collega en onszelf, stopte de politie die aangifte zonder enig serieus onderzoek in een la.

Dat was het moment waarop ik mijn vertrouwen in de politie definitief verloor.

Feit 2: Toen de verantwoordelijke minister (Piet-Hein Donner, CDA) zich moest verantwoorden voor de moord op mijn collega, loog hij glashard dat er wél onderzoek verricht was naar onze aangifte (hij loog nog wel meer over die moordzaak, maar daar gaat het nu even niet om).

Dat was het moment waarop ik mijn vertrouwen in de integriteit van ‘de politiek’ definitief verloor.

Feit 3: Toen de zaak politiek werd, was er één Tweede Kamerlid dat wél zijn best deed om de onderste steen boven te krijgen: Boris Dittrich. Van D66.

Dat was het moment waarop ik me definitief realiseerde dat échte steun altijd uit onverwachte hoek komt en je mensen moet beoordelen op hun daden, niet op hun politieke kleur.

Feit 4: Toen onze collega was vermoord, moesten wij zélf maandenlang zorgdragen voor de beveiliging van ons pand (dat zich op steenworp afstand bevond van het woonhuis van de moordenaar) en onze mensen (die in dat pand werkten en naar dat pand reisden).

Dat was het moment waarop ik me definitief realiseerde dat je in tijden van nood en gevaar door de overheid aan je lot wordt overgelaten.

Feit 5: Toen onze collega was vermoord, vonden mensen zoals jullie, uit de media, uit de politiek, uit de culturele sector, dat onze collega weliswaar niet vermoord had mogen worden, máárrr… hij was zelf ook geen lieverdje. Dus hij had het ook wel een beetje over zich afgeroepen, die kogels in zijn lijf, die opengesneden keel en dat mes in zijn pens. Of erger: hij had het verdiend.

Dat was het moment waarop jullie  nog volop aanwezige stuitende hypocrisie mij definitief deed kotsen.

Ik wil maar zeggen: kom bij mij niet aan met gejank over een paar stickers op een deur als het om iemand uit jullie eigen kring gaat.

En ga voorál aangifte doen als ik op Twitter een (volgens mijn jongste zoon foute) grap maak dat ik ‘mijn jachtgeweer ga smeren’ om mensen die míj (en daarmee ook mijn gezin) thuis komen intimideren van mijn erf te kunnen jagen.

Fuck you!

Groet,

JanD

UPDATE En natuurlijk duikt Huubje meteen in de slachtofferrol met een lesje BNBL (Bewust Niet-Begrijpend Lezen).

Maar de waarheid is: hij is ook maar een gewone kwartjeshoer op zoek naar aandacht.

PS. Cadeautje. Kun je lekker verder dromen over al het leed dat jou wordt aangedaan.

Disclaimer: Het dagelijkse ‘Briefje van Jan’ kun je gratis lezen. Wil je doneren (waarvoor mijn dank!), dan kan dat via Ahmed of via mevrouw Dijkgraaf.