Aan Mounir Samuel

Valentijn 2019

Beste Mounir,

Tijd niks van je gehoord.

Maar vandaag sta je opeens weer met een groot interview in de Volkskrant.

Het ging over hoe je God weer terug vond.

“Ik was naar Marokko gegaan om een eind aan mijn leven te maken. Omdat ik veel in de media was, kreeg ik vrijwel constant seksisme over me heen – die aanvallen waren heel zwaar. Extra pijnlijk was dat ik me geen vrouw voelde, maar niemand hoorde dat. In mijn relaties leverde dat veel spanning op, omdat lesbische partners voelden dat het geen vrouw-vrouwrelatie was. Ik was zo ongelukkig, alles zat vast. Het VU-ziekenhuis weigerde mijn transitie, mijn boek zat bij de verkeerde uitgever, ik zat finan­cieel aan de grond. Want nadat ik mijn coming-out als Mounir had gemaakt, verloor ik in één klap 90 procent van mijn opdrachtgevers. In de media werd ik als genderqueer afgemaakt. Mijn vrienden vielen bij bosjes weg, ik was mijn familie kwijt (…).

Ik wilde springen van het huis waar ik een kamer had gehuurd. Ik stond al op de dakrand, toen er een gebedsoproep klonk. Dat vond ik geen gepast moment. Toen ontstond er een dialoog met God. Precies op dat moment ontving ik op mijn telefoon de melding van een filmpje van een Amerikaanse pastor. Ik kijk nooit naar preken, nu wel. De preek heette: ‘It is not over’. Van John Gray, super humoristisch. Ik moest lachen. Hij zei: ‘Iedereen kan God prijzen aan het begin en het eind, maar kun je ook prijzen in het midden, wanneer je geen uitweg ziet?’ Toen ging ik op dat dak God prijzen.

Drie dagen later was ik weer in ­Nederland en kwam alles in beweging. Kort na aankomst kreeg ik op één enkele dag groen licht van de VU, kreeg ik mijn boekrechten terug, kwam mijn Egyptische geliefde bij me terug en kreeg ik een belastingteruggave van 10.000 euro. Op een en dezelfde dag! Amen. Als je mijn verhaal hoort, ga je in God geloven.”

Eerlijk gezegd had ik dat niet, dat ik in God ging geloven toen ik je verhaal hoorde.

Ik dacht wel: hoe verzín je het allemaal bij elkaar, man?

Dit gelooft toch niemand?

En: wat kost nou tegenwoordig zo’n advertentiepagina in de Volkskrant?

Groet,

JanD

 

Aan de Denkdinges des Vaderlands

Beste mevrouw Huijer,

Dankzij mijn vrienden van Geenstijl hoorde ik hoe u denkt over de opvoeding van jongens en meisjes.

“Wat je moet doen is een genderdiverse opvoeding geven. Dat je een meisje de mogelijkheid geeft om een tijdje volledig als jongen te opereren. Dus je kan zeggen: scheer je haar eens een keer af, ga eens helemaal als een jongen. Maar vervolgens mag je ook helemaal als meisje. Dus dat je verschillende identiteiten aanbiedt en niet veronderstelt dat een kind al een identiteit heeft en dat het alleen nog maar hoeft te kiezen welk speelgoed daar bij past.”

Zei u bij de talkshow ‘Jacobine op Zondag’. Op de Staatsomroep. Bij de KRONCRV.

Mij zal dat hele gendergedoe al jaren een biet zijn. Als Monique Samuel Mounir Samuel wil heten, of Ferry van der Veer Kelly van der Veer… Het zal me werkelijk worst wezen. Evenals he-, ho-, bi-, trans-, inter- en hoe het ook allemaal mag heten tegenwoordig. Iedereen gaat maar lekker zijn goddelijke gang.

Maar ik ben allergisch voor het woord ‘moeten’.

“Wat je móet doen…”, zei u.

En ik dacht: die is van Lotje getikt. De naam ‘Lotje’ is trouwens een vervorming van Charlotte. En ‘Charlotte’ van ‘Karel’. ‘Karel’ is een Germaanse naam die ‘vrij man’ betekent. Of: kerel. Dus dat werd allemaal weer te ingewikkeld.

Laat dat Lotje maar.

Ik houd het er op dat je van veel denken niet per se verstandig wordt.

Groet,

JanD