Van Kees, aan Jesse

Films en series

Beste Jesse,

Sorry voor mijn broer Jan.

Die was gisteren vast met zijn verkeerde been uit bed gestapt toen hij suggereerde dat jij de voedingsbodem legt voor een aanslag op Forum voor Democratie-leider Thierry B.

Je had Thierry B. namelijk ‘extreemrechts’ genoemd en dat verwijst volgens mijn broer Jan naar fascisme, racisme, onderdrukking, geweld en genocide. Terwijl wetenschapper Cas Mudde, jou welbekend, veel vindt van Thierry B., maar nou net niet dat-ie ‘extreemrechts’ is.

Mensen als mijn broer Jan dragen als bewijs voor hun ‘voedingsbodem’-verhaal altijd Pim Fortuyn aan. Politici en media zouden door hem te ‘demoniseren’ Volkert van der Graaf hebben geïnspireerd om de wereld te behoeden voor ‘premier Pim’.

Maar als je zo gaat redeneren, kun je niks meer zeggen.

Dan zou mijn broer Jan namelijk weer de voedingsbodem hebben gelegd voor een aanslag op jou door te suggereren dat jij de voedingsbodem legt voor een aanslag op Thierry B.

Want dan is zijn Breivik jouw Volkert.

Wat mij persoonlijk ook tegenstond in het epistel van Jan was die Post Scriptum.

“Ik begín niet eens aan een opsomming van de misdaden waaraan jouw extreemlinkse clubje zich schuldig heeft gemaakt”, schreef hij.

Dan doelt-ie natuurlijk op het feit dat jullie fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Paul Rosenmöller, massamoordenaar Pol Pot verheerlijkte én in 2002 wees op het gevaar van Pim Fortuyn.

En op het criminele verleden van jullie campagnestrateeg, Wijnand Duyvendak, met die inbraak in een ministerie.

En dan volgt weer die hele riedel, die jij zo langzamerhand wel kunt dromen.

RaRa.

De bomaanslagen bij de Makro.

De aanslag op het huis van PvdA-staatssecretaris Aad Kosto.

De doorgesneden benzineslangen bij de Shell-stations.

De warme banden met de terroristen van de Rote Armee Fraktion en de Baader Meinhoff Gruppe.

De bom in het kantoor van jullie jongerenorganisatie DWARS, toen jij daar toevallig ook rondliep.

De vermeende betrokkenheid van jullie oud-senator Sam Promes bij de Molukse treinkaping in De Punt en later het beramen van een schietpartij op twee agenten in Assen.

De verdediging van Volkert van der Graaf door jullie latere senator Britta Böhler.

De GroenLinks-wethouder in Wageningen die de collega van Volkert van der Graaf tipte, zodat eventueel bewijsmateriaal kon worden vernietigd.

De Oxfam-kindermisbruikaffaire, waarbij jullie senator Farah Karimi en jullie Tweede Kamerlid Tom van der Lee welbewust de andere kant opkeken.

Dat Tweede Kamerlid dat een dodelijke ziekte verzon om haar wanpresteren te verdoezelen.

De oud-Blijf van mijn Lijf-directeur die een aanrander in dienst nam als toyboy.

Enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Wat ik niet snap van mijn broer Jan is dat hij doet of al die zaken jóu aan te rekenen zijn.

Oké, toen die bom bij DWARS werd gevonden, was jij secretaris van die club. Maar dat is geen bewijs dat je er van geweten hebt. En als je er wel van wist: jeetje, je was 20! Een kind nog! En die bom was toch niet gebruikt? Alsof mijn broer Jan op die leeftijd nooit iets verkeerd deed.

En die oud-Blijf van mijn Lijf-directeur, die heb je juist gelóósd uit de Tweede Kamerfractie en die kan op haar huidige plek verder weinig kwaad, omdat ze toch maar ‘chef lege dozen’ is.

De rest van die lijst? Allemaal ver voor jouw tijd!

En daar zou je, als het je gevraagd werd, vast stevig afstand van nemen.

Toch?

Hartelijke groet,

Kees Dijkgraaf

‘Briefje van Jan’ wordt mogelijk gemaakt door vaste maandelijkse donaties via Back me en incidentele giften via Bunq me.

Bol.com Algemeen

Van Kees, aan de rechtse mensen

Beste rechtse mensen,

Rellen in Franse steden nadat Frankrijk wereldkampioen voetbal was geworden? Winkelruiten ingegooid en winkels geplunderd? Politie bekogeld met glas en stenen? Traangas en waterkanonnen ingezet om ‘het tuig’ te stuiten? De Champs-Élysées schoongeveegd om de orde te herstellen?

Mijn broer Jan stuurde gisteravond allemaal Twitter-berichten naar me door met die strekking.

Ik word daar zo moedeloos van.

Het was een feest!

Neem de New York Times.

Prima krant toch?

Veelvoudig winnaar van de Pulitzer Price.

Met als motto: “The truth demands our attention”.

Vannacht om twee uur Nederlandse tijd verscheen bij die krant Het Definitieve Verhaal over Frankrijk. Geschreven door liefst drie verslaggevers, Elian Peltier, Alissa J. Rubin en Aurelien Breeden.

Ik raad iedereen die gelooft dat Frankrijk gisteren een soort oorlogsgebied was aan om verder te lezen.

“The cheers could be heard all the way from Calais to Marseille when the final second ticked past and France was the indisputable victor of the 2018 men’s soccer World Cup final on Sunday.

Cars honked, noisemakers went off and smoke bombs sent blue, red and white streams into the air. French flags appeared at windows, thrown over people’s shoulders and flying out of car windows, against the backdrop of an enormous one rippling from the Arc de Triomphe. People jumped onto car roofs, and crowds filled the Champs-Élysées.

But it was in low-income suburbs outside Paris with names like Bondy, Suresnes and Lagny-sur-Marne, places that many of the French team’s star players call home, that the elation seemed to be about more than winning the game.

“Once in a while, we are united, we are one country, one people,” said Linda Bourja, 41, who postponed her summer vacation in Brittany to watch the final in Bondy, a predominantly immigrant suburb outside Paris where the 19-year-old soccer superstar Kylian Mbappé grew up.

“That doesn’t happen too often, true — it should happen more, true,” she added. “But today is a day for all of us, for Mbappé, for Bondy, for France, wherever we’re from.”

Women in hijabs cheered alongside a priest; families with children in their arms and teenagers with the red, white and blue of the French flag painted on their cheeks jumped up and down. People broke into “La Marseillaise,” the national anthem; some hugged one another; and others climbed onto rooftops, waving flags.

On the Champs-Élysées, young men clambered onto bus stop shelters and kiosks as police officers in riot gear kept a watchful eye at intersections. Television crews trying to conduct an interview were mobbed by joyous fans who crowded into the shot. Fans walking from Place de la Concorde toward the Arc de Triomphe chanted, “We are the champions.”

Hours after the match ended, the crowds were still shoulder to shoulder, cheering and re-energized by the projection of each player’s name, face and hometown onto the Arc de Triomphe.

There was near delirium.

A crowd almost 100,000 strong in front of the Eiffel Tower looked from a distance like a vast patchwork quilt on the move as it flowed toward the Champs-Élysées, where it was so crowded that it was hard to walk.

Spectators flocked to bars and cafes, as well as to the 230 “fan zones” across France, some with more than a half-dozen giant screens showing the game. The one on the Champ de Mars, at the base of the Eiffel Tower, accommodates 90,000 people.

Set up in small towns as well as in the larger cities of Paris, Lyon, Marseille and Bordeaux, the zones were a way for almost anyone to have a free seat to view the game, even those who could never afford to attend one in person.

With so many in the streets and excitement at a fever pitch, some urban bus lines halted service to stop people from trying to ride on the bus roofs, and many taxis stayed home for the same reason. In Paris, the police used tear gas to disperse overflow crowds near the fan zones.

France had put almost its entire security forces on duty, said Interior Minister Gérard Collomb, including 12,000 on the streets of Paris and around 110,000 deployed nationwide.

In Marseille, fans had gathered on the Vieux-Port, the Mediterranean city’s natural harbor, and some jumped into the water when France won.

Further inland, in Aix-en-Provence, the usually tranquil Cours Mirabeau was packed with supporters. In Lyon, fans flooded the central Place Bellecour, even as a rainstorm threatened to dampen the city. And with vacation season in full swing, travelers at campsites and rental homes on the French Riviera crowded around televisions to watch the game.

Aussan Benaissa, 40, who watched the match in Paris with his 8-year-old son, said he felt a special pride in the star turns by the young players from the suburbs. It was a moment to be proud of being an immigrant — his father was from Algeria — instead of feeling like an outsider.

“These are young men whose parents were from northern Africa,” Mr. Benaissa said. “We feel more French with them.”

In Bondy, even before the final whistle blew, Wael Benzoura, 8, anticipated the joy: He started dancing on his mother’s shoulders. She had painted the number 10 and the name Mbappé on his back in honor of her son’s favorite player.

“We are champions,” said Wael’s mother, Fatima Benzoura, 29, smiling. “I just can’t believe what’s happening.”

“What a message to the world,” Ms. Benzoura added. “Look at what Kylian has done. Look at what the French have just accomplished.”

Zie je wel? Eén heel groot feest dat van alle inwoners van Frankrijk één maakte. En een heel klein beetje traangas ingezet om fans te verspreiden bij fanzones waar het te druk was.

Liberté, Égalité, Fraternité.

Vrijheid, gelijkheid, broederschap.

Al het andere: rechts wensdenken.

Angst voor mensen met een ander geloof en een ander kleurtje.

Het wordt tijd dat Europa die ophitsmedia eens een beetje gaat indammen. Dat is geen censuur, dat gebeurt dan uit liefde voor de Europese bevolking.

Maar maak dat mijn broer Jan maar eens wijs.

Hartelijke groet,

Kees Dijkgraaf

 

Aan Kajsa Ollongren

Vakantie!

Geachte mevrouw Ollongren,

Wat heeft u nú weer gedaan?

Dat krantje is harder nodig dan ooit!”, foeterde mijn broer Jan gisteren toen we onze maatschappelijke plicht aan het doen waren (wij fietsen eens per maand op tandems met bejaarden). “Ze gaan het er voor de hele EU gewoon doordrukken in Brussel! En die demofobe haatheks van een Ollongren krijgt er eerder een natte poes van dan dat ze onze vrijheden beschermt!”

Nou weet ik wel dat hij met wat mensen een krantje is begonnen (hij heeft het steeds over ‘1984’ van George Orwell), maar waarom hij zo ordinair moet schelden op het prachtige Europese project in het algemeen en een democratisch verkozen Nederlandse minister van binnenlandse zaken in het bijzonder ontging mij.

Dus toen we na het fietsen aan de koffie met cake zaten, vroeg ik hem wat hij bedoelde.

“Artikel 11 en 13 van de Copyright Directive, lul”, schreeuwde hij.

Vervolgens kwam er een heel verhaal over dat internet zoals wij het kennen binnenkort niet meer bestaat. Dat er een belasting komt op het plaatsen van linkjes. Dat informatie die burgers op internet willen plaatsen voortaan eerst gescreend moet worden op schendingen van het auteursrecht. Dat de filters die dat gaan doen veel ‘fouten’ maken. Dat het herstellen van die fouten, als het al lukt, zoveel tijd kost, dat het plaatsen van de informatie geen zin meer heeft. Dat de bedrijven die die screening moeten doen uit angst voor boetes extra voorzichtig zullen worden voor ze de informatie doorlaten.

“En”, zo fulmineerde mijn broer Jan, “dat de volgende stap is dat die filters door overheden gebruikt zouden worden om hen onwelgevallige informatie tegen te houden, zoals in Spanje al gebeurde bij het laatste referendum. Daarom zijn de EU én Ollongren en de rest van de coalitie dat hele circus over nepnieuws aan het opvoeren. Terwijl overheden de grootste verspreiders van nepnieuws zijn. En 99 procent van de Nederlanders heeft het niet door of zal het jeuken! Als makke schapen laten ze het gebeuren. Dáárom zijn we dat krantje begonnen. Daar kan de jokvrouw geen filter op loslaten. Daar kunnen angstige zichzelf censurerende internetbedrijven geen stukken in tegenhouden. Het is straks het laatste stukje safe space voor mensen die écht de vrijheid van meningsuiting een warm hart toedragen. Een dure papieren krant! Anno 2018! En dat is kut, want internet heeft ons zo veel gebracht en precies dáárom zijn ze het aan het slopen. We worden te wijs. Dat tuig háát de burger gewoon!”

Ik luisterde inmiddels nog maar half, omdat mevrouw Poepjes zat te knoeien met haar cake en dat ook mijn aandacht vroeg.

Maar vertel eens eerlijk, mevrouw Ollongren, heeft u echt zo’n hekel aan de burgers als mijn broer Jan beweert?

Want dat vind ik best eng klinken.

Ondanks het soms wat onparlementaire taalgebruik van mijn broer Jan, word ik dan misschien ook wel lid van dat krantje (als ie me niet weigert althans, hij is er bot genoeg voor).

U bént er toch juist voor de burger?

U zou toch nooit liegen over uw intenties?

Zo zijn politici toch helemaal niet?

Toch?

Met hartelijke groet,

Kees Dijkgraaf

PS. Gelukkig hebben we de komende dagen Jan-vrij. Hij schrijft een boek. U leest er meer over in zijn nieuwsbrief.

Aan Georgina Verbaan

Vakantie!

Lieve Georgina,

Wat ontzettend fijn dat jij het opneemt voor de zielige kindertjes en wanhopige Mexicaanse moeders die die vreselijke proleet van een Donald Trump aan de Amerikaanse grens hoogstpersoonlijk uit elkaar staat te trekken.

Íemand moet deze misstand aan de kaak stellen en het is goed dat een voorname Nederlandse actrice en columniste het voortouw neemt.

Ik ga straks koffie drinken bij mijn broer Jan, die advies nodig heeft over de vijverplanten, en dan weet ik het alweer.

“Waarom horen we Georgina Verbaan nooit over die duizenden kinderen die in Engelse plaatsen jarenlang gruwelijk zijn misbruikt door moslimsbendes? Is haar Engels zo beroerd dat ze ‘grooming gangs’ niet kan uitspreken ofzo?”

En: “Waarom horen we Georgina Verbaan nooit over in Nederland wonende islamitische meisjes die naar het buitenland worden gebracht om te worden besneden?”

En: “Waarom horen we Georgina Verbaan nooit over blanke Zuid-Afrikaanse kinderen die voor de ogen van hun ouders worden gekookt door Zuid-Afrikanen ‘van kleur’ – of juist moeten toekijken als hun ouders worden afgeslacht?”

En: “Waarom horen we Georgina Verbaan nooit als het tuig van Islamitische Staat kinderen aanvalt om te voorkomen dat hun ouders vluchten?”

Maar ik zal het voor je opnemen hoor, Georgina!

Ik zal mijn broer Jan zeggen dat ieder zijn eigen battles kiest en dat dit de jouwe is, naast het opkomen voor varkens die in de Nederlandse slachthuizen levend gekookt worden.

En dat andere bekende Nederlanders het weer opnemen voor de grooming gang-slachtoffers, de slachtoffers van meisjes-besnijdenis, de gekookte Plaasmoorde-slachtoffertjes en de kinderen die werden geofferd door Islamitische Staat.

En dan ren ik heel hard weg.

Want ik moet er niet aan denken dat mijn broer Jan dan vraagt: “Oh ja, joh? Welke bekende Nederlanders dan?”

Met hartelijke groet,

Kees Dijkgraaf