Aan Mark Rutte

Moederdag 2019

Meneer Rutte,

Ik ga altijd graag uit van uw slechte bedoelingen, maar soms heeft u die ook gewoon niet.

Dus toen op zaterdag 9 maart tijdens uw campagnebezoek aan Roermond een ogenschijnlijk fatsoenlijke mevrouw in een geel hesje op u afkwam, dacht u vast hetzelfde als bij die klimaatkiddo’s laatst: ik nodig ze uit, ik laat ze een uurtje stoom afblazen, ik geef ze het gevoel dat het een nuttig gesprek was en ik ga weer over tot de orde van de dag.

Het is niet zo dat ú vervolgens bepaalde met wie die mevrouw uit Roermond op 7 mei naar het Torentje zou komen.

Die mevrouw uit Roermond deed dat helemaal zelf.

En één van de vier die zich aan haar opdrongen om mee te gaan, was ‘Hannie’.

U had geen idee wie ‘Hannie’ is.

Nou, dit is ‘Hannie’:

Die ‘mishandeling’ waarover ze spreekt, had op 27 april plaats op het Binnenhof, toen ze weigerde haar ID te tonen. Ook daar zijn (uiteraard) beelden van.

Inmiddels weet u heel goed wie ‘Hannie’ is, want ‘Hannie’ had het lumineuze idee om telefonerend bij u binnen te lopen en u demonstratief geen hand te geven (nog net niet met een brandende sigaret in haar hand).

U checkte na afloop even of het goed op beeld stond.

Dat deed het.

En vervolgens wist u: móchten die gele hesjes in Nederland al iets gaan voorstellen, dan heeft ‘Hannie’ de laatste kans daarop zojuist vakkundig om zeep geholpen.

Wie ergens te gast is, geeft de gastheer een hand.

Desnoods telt-ie daarna zijn vingers na (dát was nou een mooi beeld geweest), maar hij geeft een hand.

Wie dat niet doet, is vullis.

Als ‘Hannie’ één ding bereikt heeft, is het dat geen weldenkend mens meer een geel hesje durft aan te trekken.

Daar heeft u helemaal níets voor hoeven doen.

En dat spijt mij zeer voor de vele doodnormale, fatsoenlijke Nederlanders die tussen 1 december en nu ook één of meerdere keren in zo’n geel hesje liepen, zoals de ‘Rotterdamse’ groep onder leiding van Marco de Haas.

Met vrienden als ‘Hannie’ (en Ingeborg Westerhoff, van wie u ook geen hand kreeg), hebben de gele hesjes geen vijand meer nodig.

Dood.

Kapot.

Stuk.

In tien seconden.

En dat is nou eens een keer níet uw schuld – ook al zijn er altijd wappies die beweren dat u dat hele tafereel in scene heeft gezet.

Maar daar zijn dat dan ook wappies voor.

En weet u wat zo erg is?

Die ‘Hannie’ en Ingeborg zijn waarschijnlijk nog trots op hun actie ook.

Groet,

JanD

PS. Vanavond in het ‘Toetje van Jan‘ zal ik het allemaal wat minder diplomatiek verwoorden.

UPDATE Oud-medewerker van de VARA is het met me eens.

UPDATE 2 De Rotterdamse organisator Marco de Haas en ik zijn betrapt door Ingeborg-die-geen-handje-gaf. “Extreem links probeert de Rotterdamse beweging te kapen. Ze zochten alleen nog een aanleiding om zich los te wrikken.” I confess 😉

 

Aan de leiders van ‘de foute zes’

Heren, Robbie en Jessepesse,

Ik ontving gisteren een verhaal van Wally Soute.

Jullie hoeven niet bij hem op een muurtje te komen zitten met in je kielzog de campagnefotograaf. En op een doorgeschoven vaas van Klaas zit-ie ook niet te wachten.

Wally wil alleen maar dat jullie zijn verhaal lezen.

Komt het:

“Zondagmiddag 13 januari 2019, half vier.

Uit het achterhuis dat uitkijkt over ‘t Gelders Landschap zag ik zojuist de reetjes zich tegoed doen aan de verse liksteen, die ik daar vorige week heb opgehangen. Vanuit mijn woonkamer, zie ik de meesjes zich de veertjes uit ’t lijf vliegen rondom de vetbollen met zaad, daar gisteren door mijn vrouw opgehangen. Terwijl mijn pelletkachel snort, schenk ik bij m’n nét vers gezette koffie tubruk een bel Napoleon VSOP in.

Het is zondag, dus het mag.

Een euforisch gevoel overmant me. Achterover hangend denk ik: ik heb ’t goed. Twee afgestudeerde dochters, en een zoon die de pabo als een speer doorloopt. Een lieve vrouw, die daarnaast ook nog eens mijn maatje voor ’t leven is. Een woonlocatie die voor mij de ideale is.

Wat wil ik nog meer?

Terwijl mijn pelletkachel nog stééds snort, begin ik er stééds meer en meer een soort van difonium in te ontwaren. Een mengeling van ‘Tchaikovsky’s 1870′, en ‘Voordat de bom valt’ van Doe Maar. Uiteindelijk krijgt de Marseillaise de overhand.

Gisteren voorlopig de laatste Erasmusbrug-loop gedaan. Samen met Jan, Ebru en Marco. De plicht roept op zaterdag.

Die Marseillaise blijft verdomme maar door dreunen. Ik zie die verschrikkelijke Robespierre-achtige beelden weer op mijn netvlies voorbij komen.

Terwijl ik nog een nip van mijn Napoleon neem, terwijl de tubruk al zo goed als koud is, overvalt mij ineens de vraag: voelt dit nu écht zo goed?

Mijn gedachten dwalen terug naar het jaar 1953. Toen ik als klein jongetje vanuit Indonesië met mijn ouders en broertjes met de M.S. Sibajak als repatriant ‘terugkeerde’. Als basis naar Lemmer in Friesland gestuurd, waar ooit de roots van mijn vader lagen. Waar ik als getectyleerd manneke van vijf te maken kreeg met de vooroordelen van de toenmalige bevolking. Mij moest laten welgevallen uit een klapperboom te zijn gelokt met een spiegeltje. Of ik nog kraaltjes en schelpjes had om te ruilen.

Later in Eindhoven gedropt door mijn moeder op de lagere school, omdat ik niet wilde dat ze met mij mee naar binnen ging. Ik was toch die grote flinke vent? Maar na tien minuten kroop ik hysterisch als aangeschoten wild onder de rokken van mama, na belaagd te zijn door kabouters, elfjes en andere monsterachtige types. Wisten wij veel wat carnaval was.

Mijn eerste spreekbeurt in de tweede klas van de lagere school, die werd afgedaan door de juf met: ‘Je mag niet jokken, Waltertje’. Terwijl ik alleen maar mijn verhaal deed over hoe wij in Jakarta als kind woonden en speelden op onze daktuin in onze trapauto’s, altijd in de gaten gehouden door de verantwoordelijke baboe. Hoe mijn moeder daarna gewapend met fotoalbums mijn gelijk moest gaan halen om onze status daar te bewijzen.

Wonend in een door nota bene Rietveld ontworpen woning aan de Indramayu Weg in Jakarta, die er trouwens nog steeds staat, hadden wij een zorgeloze eerste jeugd.

Ik voel het grootste respect voor mijn vader, die als 45-jarige met vier kinderen een nieuw bestaan moest opbouwen hier in Nederland. Er was toen niemand die het voor ons opnam. Geen linkse groenen die een welkomstlied voor ons zongen, we moesten het allemaal zélf doen.

Wij hebben ons als kind altijd al moeten manifesteren tegenover de ons als vreemdeling bejegende jeugd. Dat deden mijn broers en ik door ze lik op stuk te geven bijvoorbeeld op de ijsbaan, door ze uit te dagen, een sprintje te trekken. “Kom ons maar halen, blanda.”

En nooit wonnen ze. Zo dwongen wij ons respect af.

De jaren daarna, toen ik na ’t afronden van mijn HBS tegen wil en dank van mijn academisch opgeleide moeder als muzikant mijn leven wilde gaan slijten.

De fantastische ‘wild 60’s’ die ik mocht meemaken, de 70’er, 80’er en 90’er jaren vol overvloed waarvan ik méé mocht genieten, toen politiek nog enigszins voor het volk was, toen stemmen nog niet écht het grote verschil maakte, en toen ik in vette benzineauto’s het land doorkruiste naar mijn werk en optredens, en toen 15 miljoen mensen zich nog bewust waren van een rijk bestaan.

Die tijd, daar schreven Fluitsma en Van Tijn hun lied over.

Een tijd die ik ook mijn kinderen en kleinkinderen zou willen toewensen.

Een tijd waarin respect voor elkaar nog doodgewoon was.

Waarin een patat of frietje met een klodder mayo een eigen keus was, zonder dat je er op werd aangekeken.

Waarin je je Turkse kapper nog gewoon met ‘Ali’ kon aanspreken zonder als racist te worden weggezet.

Waarin een Marokkaanse jongen nog gewoon ‘meneer’ en ‘U’ tegen je zei, zonder het kk-vocabulaire te gebruiken.

Waarin groen nog stond voor de kleur van nieuw leven en hergeboorte.

Waarin we Balkenende nog de maat konden nemen.

Waarin we zonder het ‘Kwartje van Kok’ onze tank nog boordevol konden gooien.

Waarin een asielzoeker nog gewoon een vluchteling was.

Waarin de D nog stond voor Democratie en niet voor plucheplakkerij.

Kortom, waarin een volk nog de zin des levens kon associëren met een gelukkig bestaan.

Dáár denk ik nu aan, terwijl ik mijn laatste nip Napoleon tussen mijn tong en verhemelte laat wegglijden.

Terwijl ik naar de bar loop om een nieuwe bel in te schenken, word ik geconfronteerd met mijn gele hesje, dat gedecoreerd met het speldje van The Post Offline sinds gisteren nog steeds in de hal hangt.

Ben er trots op. Voel me een revolutionair zonder het guillotine-touw te hoeven te hanteren. Maar hoop wel, dat alle Robespierre’s ooit eens aan hún trekken zullen komen.

Het begint te schemeren. Mijn bel Napoleon verwarm ik in de palm van mijn hand. Buiten zie ik nog net hoe een roodborstje haar plekje bij de vetbol probeert te verdedigen. Succes, Red Robin. Die koolmees kun je best aan.

Als ik met de afstandsbediening de kachel op ‘turbo’ zet omdat buiten de temperatuur daalt, snort-ie met een andere intonatie.

En als ik goed luister, hoor ik het Wilhelmus.

De telefoon rammelt.

Mijn oudste dochter.

‘Pap, heb je nog wat te eten in huis?’

Terwijl ik mijn belletje leeg drink, spoed ik mij naar de keuken om uit de diepvries een dubbele kant- en klaarmaaltijd te pakken. Een voor mijn vrouw en een voor mijn dochter.

Gezellig, dadelijk samen dineren.

Mijn gemoed neemt weer een neutrale houding aan.

Ik denk dat ik het tóch goed heb.”

Wally is zo iemand die zich een paar jaar geleden de benen uit het lijf liep voor het Oekraïne-referendum. Hij wist wel dat jullie je reet zouden afvegen met de uitslag, maar hij deed het toch.

Wally is zo iemand die elke zaterdag waarop hij geen andere verplichtingen heeft een geel hesje aantrekt. Hij weet wel dat jullie er om lachen, maar hij blijft het doen.

Wally doet het niet voor zichzelf, want hij heeft het goed. Hij doet het voor de volgende generaties. En voor de mensen die jullie al genaaid hebben, de afgelopen jaren.

Ik weet niet wat Wally op 20 maart gaat stemmen.

Ik weet wel dat het niet op jullie, de politici van VVD, D66, CDA, ChristenUnie, GroenLinks en de PvdA, zal zijn.

Het wordt de laatste kans om jullie te leren dat de burger er niet is voor het bestuur, maar dat jullie er zijn voor de burger.

Het is nu of nooit.

Wally komt jullie halen, blanda’s!

Groet,

JanD

 

Aan de VVD

Miljoenen artikelen
Een-tweetje met Wouter de Winther.

Beste VVD’ers,

Jammer voor je, joh.

Het is te laat.

Nog maar 67 dagen en de verkiezingen voor de Provinciale Staten en (veel belangrijker) de Eerste Kamer worden gehouden.

En dit gaat niet meer weg.

De stemgerechtigden vergeten niet hoe VVD-Kamerlid Dilan Yesilgöz nog maar kort geleden trots met VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff de door GroenLinks en de PvdA (!) geïnitieerde Klimaatwet stonden toe te juichen als een stel enthousiaste kleuters dat voor het eerst op schoolreis ging.

En als ze het wel vergeten, dan zórgen we dat ze het zich weer zullen herinneren.

Zo:

En de stemgerechtigden vergeten niet hoe VVD-baantjesverzamelaar Ed Nijpels nog maar kort geleden kwam vertellen dat dat waanzinnige Klimaatakkoord van hem móet worden ingevoerd. Dat wij van het gas, uit de benzine- en dieselauto en op hoge kosten moeten worden gejaagd omdat we weer eens als voorbeeldland voor de rest van de wereld moeten dienen (want dat werkte met ontwikkelingsgeld en ‘vredesmissies’ naar Mali ook zo goed). En dat VVD-minister Eric Wiebes alvast beloofde dat ‘we’ dat gaan doen.

En als ze het wel vergeten, dan zórgen we dat ze het zich weer zullen herinneren.

Zo:

Laat ik hier ook het Verdrag van Marrakesh meteen maar even meepakken.

Daar voelen de stemgerechtigden vandaag nog weinig van, maar daar gaan hun kinderen en kleinkinderen de komende decennia heel veel last van krijgen. Namelijk als ze nóg moeilijker een huis kunnen krijgen, nóg hogere zorgpremies moeten betalen en nóg meer bijstandsuitkeringen mogen opbrengen voor economische gelukszoekers.

Ook dáár zullen we ze de komende maanden fijntjes aan herinneren.

Zo:

En had ik het Groot Europeesche Rijk al genoemd? De aanval op de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van meningsvorming? De… (nee, komt wel).

‘We’ zijn trouwens niet de mainstream media.

Die lopen aan de leiband. Straks, om 12.10 uur, mag Mark Rutte een uur lang (!), ongehinderd door andere gasten zijn promopraatje komen vertellen in Buitenhof. Need I say more?

‘We’ zijn ook niet de schuldigen, de politici van VVD, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en de PvdA.

Die proberen de aandacht de komende 67 dagen uiteraard juist te verleggen. Die pakken weer, zoals in jullie geval, twee pagina’s in De Telegraaf om te mogen doen alsof de soep niet zo heet gegeten wordt als-ie wordt opgediend. Verkiezingspraat.

Nee, ‘we’ zijn de ‘alternatieve’ media.

‘We’ zijn de kiesgerechtigden zelf, die via social media opeens hun stem van de huiskamer naar het hele land kunnen brengen.

‘We’ zijn de mensen die het zat zijn dat het bestuur er niet meer voor de burger is, maar de burger voor het bestuur.

Het is te laat.

Op 20 maart worden jullie weggestemd. Jullie en jullie vrienden van CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en de PvdA.

Jullie gaan ongenadig op jullie flikker krijgen.

Allemaal.

De geest is uit de fles.

En het lekkere is: ‘we’ merken aan alles dat jullie het wéten.

Het loopt jullie de hele dag dun door de broek.

Weten jullie óók eens wat hulpbehoevende bejaarden voelen die het slachtoffer zijn geworden van acht jaar Rutte c.s.

Groet,

JanD

 

Aan de Rotterdamse ‘gele hesjes’

Beste mensen,

Ik ga afscheid van jullie nemen.

Fysiek dan.

Vorig jaar, toen de censuurplannen van Brussel en Den Haag echt duidelijk werden, richtten we met een klein groepje The Post Offline op. Een papieren krantje waarvan de overheid verspreiding niet kon tegenhouden. En waarvan de overheid niet kon achterhalen wie het leest. Want dat was in onze ogen het grote plan achter die hele ‘nepnieuws’-leugen: de verspreiding van hen onwelgevallig nieuws beperken (via druk op internetbedrijven als Facebook en Twitter) of zelfs helemaal kunnen verbieden (zoals de Franse wet al mogelijk maakt). En mensen die dat nieuws omarmen of zelfs verspreiden criminaliseren (met behulp van de wel door de overheid gesteunde media, zoals de subsidieomroepen en de inlikkranten).

We noemden The Post Offline een ‘verzetskrantje’ en zeiden dat we ‘ondergronds’ gingen. En dat deden we ook. Waar andere krantenbaasjes elke gelegenheid aangrijpen om bij de publieke omroep of elkaar hun kassa via gratis reclame te spekken en hun ego te strelen, bleven wij in dat keldertje in Eesterga een krantje maken.

Tot de laatste week van november.

Toen zaten we met een paar man bij elkaar en hadden het over de Gele Hesjes-beweging in Frankrijk. Die leek ons met het oog op de verkiezingen van 20 maart en 23 mei een ideaal middel om ook hier het verzet tegen de lui die zonder ons ooit iets gevraagd te hebben het Verdrag van Marrakesh en het Klimaatakkoord door onze strot aan het duwen waren een gezicht te geven.

Alleen: we wilden niet dat die beweging kon worden weggezet als “een clubje gekkies”, zoals Prem Radakishun gisteren bij de voormalige arbeidersomroep in het programma DWDD nog deed. Sterker: we wilden keurige, doodnormale burgers die normaal nooit de straat op gaan, omdat ze zich niet veilig voelen of het gezelschap ze te ruw is, de kans geven óók te demonstreren.

Toen bedacht ons Lindnr. #1271 de variant met het liedje ’15 miljoen mensen’ en ik-zei-de-gek mocht die volgens de ‘show, don’t tell’-methode introduceren met het enige andere The Post Offline-lid van wie de identiteit bij iedereen bekend is: erelid Ebru Umar.

Een methode die, je ziet het elke week op de Erasmusbrug, waar Marco de Haas de organisatie van ons overnam, werkt. Daar is de afgelopen vier zaterdagen bij wijze van spreken nog geen papiertje van een snoepje op de grond gegooid. Laat staan geknokt met politiemensen, die door wat minder doodnormale, keurige landgenoten worden neergezet als nieuwe nazi’s, terwijl ze privé minimaal net zoveel last van acht jaar Rutte hebben als de demonstranten zelf.

De enige kritiek die je op de Erasmusbrug-methode kunt hebben, is dat er blijkbaar nog geen duizend man/vrouw op af komt, maar de ene keer 100 en de andere keer 200 mensen. Daardoor zou je kunnen denken dat het wel meevalt met die onvrede.

En het valt niet mee met die onvrede.

Wij zijn ook niet achterlijk. Er is meer nodig dan een paar honderd gele hesjes om te zorgen dat de politieke elite van VVD, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en PvdA straks op 20 maart de meerderheid in de Eerste Kamer verliest.

Ze moeten worden weggestemd.

En, minstens zo belangrijk, ál die bezorgde burgers die bij de vorige Provinciale Statenverkiezingen wegbleven, moeten op 20 maart van hun luie reet komen.

We hebben dinsdag in de redactiekelder in Eesterga een plan bedacht hoe we de opkomst op 20 maart kunnen stimuleren en hoe we ‘ze’ weg kunnen stemmen. Internet speelt daarin een rol, maar vanwege het gevaar van overheidsingrijpen via providers en social media-bedrijven kunnen we niet op internet alleen vertrouwen. Dus we gaan ook ‘analoog’. Onze duiven zijn door Kajsa Ollongren en Frans Timmermans niet te stoppen. Je raadt het al: een grote papieren campagne. We willen dat heel Nederland in de weken voor 20 maart geel kleurt.

Alleen: het opzetten van die campagne kost tijd. We moeten een stichting oprichten. We moeten de middelen (lees: het geld) ervoor binnen halen. We moeten concrete acties bedenken. We moeten ze uitvoeren. We moeten mensen mobiliseren om te helpen. We doen het, net als jullie je zaterdagse wandeling, ook maar naast ons ‘gewone leven’.

Kortom: waar halen we de tijd vandaan?

Nou, bijvoorbeeld door niet meer elke zaterdag van Eesterga naar Rotterdam te rijden.

En bovendien: het was altijd als een burgerbeweging bedoeld. Het ging juist niet om ‘bekende’ gezichten. En al helemaal niet om ‘bekende’ gezichten die zoveel vijandjes bij de mainstream media hebben, dat ze eerder de zure, rancuneuze columns haalden dan de voorpagina’s. Het was prima om even de bagger op te vangen en langs de rug te laten afglijden, maar we gingen begin vorig jaar niet voor niets ‘ondergronds’, waar het wel fijn leven is.

De Erasmusbrug ‘staat’. Marco de Haas zorgt in samenwerking met de gemeente Rotterdam en de politie al weken voor een (in onze vreedzame bezorgde burgerogen) perfect verloop. Wij kunnen dus met een gerust hart wegblijven en de zaterdagen tot 20 maart besteden aan de volgende stap: stem ze weg.

Alleen morgen niet.

Want Marco heeft andere belangrijke verplichtingen.

Dus ik loop morgen nog één keer als ‘organisator’ mee en daarna buig ik weer af naar de kelder voor de volgende stap. Waarin ik lekker weer kan weigeren om met media te praten, omdat ze bijna allemaal aan een touwtje zitten bij Rutte of vastgeroest in hun eigen GroenLinkse wereldbeeld, waarin iedereen die ‘Marrakesh’ afwijst een ‘racist’ is en iedereen die aan het gas of in zijn benzineautootje wil blijven een ‘egoïstische klimaatontkenner’. Wie er van de media ook belt of mailt, ze krijgen na morgen weer een ‘nee’ te horen.

Ik hoop dat we morgen met veel zijn.

Maar ik hoop nog harder dat we, jullie, elke week daarna met méér zijn.

Want als we met z’n allen één kans hebben om de Ruttes, de Jettens, de Buma’s, de Segersen, de Klavers en de Asschers een dik verdiend ongenadig pak op hun flikker te geven, dan is het op 20 maart.

En elke stap die jullie op de Erasmusbrug zetten, élke stap, draagt bij aan dat doel: dat er weer een bestuur komt dat er voor de burgers is, in plaats van andersom.

Koester die wetenschap.

Hopelijk tot morgen!

Groet,

JanD

PS. Later vandaag een nieuwe nieuwsbrief. Mis ‘m niet.

 

Aan de politieke elite (2)

Sale Januari 2019

Beste politici,

Daar is ze weer.

Op 4 januari plaatste ik een stuk dat Lidnr. #66 had geschreven over haar motivatie om elke zaterdag vele tientallen kilometers naar Rotterdam te reizen om in een geel hesje de Erasmusbrug over te lopen.

Natuurlijk waren er weer een paar kneusjes die suggereerden dat ik die tekst had geschreven. Want ze schreef in mijn stijl. En ze was gemotiveerd door dezelfde thema’s als ik (Groot Europeesche Rijk, inperking van de vrijheid van meningsuiting, de Klimaatakkoordkolder, de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen). En er waren linkjes naar Bol.com, net als ik dat altijd deed. En dit. En dat. En zus. En zo.

Afgelopen zaterdag was ze weer op de Erasmusbrug, Lidnr. #66 (van The Post Offline dus – en ja, ik heb haar een ander lidnummer aangeboden toen ik me realiseerde dat ‘66’ in kringen van The Post Offline net zoiets is als rij 13 in een vliegtuig). Hoewel ze uit angst voor werkgeversgedoe anoniem wil blijven, maakte ze aan een aantal mensen bekend dat zij Lidnr. #66 en dus de schrijfster was. Maar dat boeit de kneusjes die de Gele Hesjes-beweging (of mij persoonlijk) geen warm hart toedragen niet. Als ze maar weer hun gif kunnen verspreiden.

Zoals anderen maar al te graag suggereren dat die keurige, brave bezorgde burgers die wekelijks onder aanvoering van organisator Marco de Haas zingend de Erasmusbrug over lopen ook maar íets te maken hebben met ‘gele hesjes’ die slechts willen knokken met de politie of die wel ‘Rutte Rot Op!’ en nog veel meer ‘eisen’ willen uitschreeuwen, maar die niet gaan stemmen op 20 maart “omdat dat toch geen zin heeft” of “omdat er toch gefraudeerd wordt bij het tellen” of “omdat ze dan het systeem legitimeren”.

Enfin, Lidnr. #66 heeft na haar ‘coming out’ op de Erasmusbrug aan een aantal andere deelnemers weer een stuk geschreven. En dat plaats ik weer integraal.

“Ik heb veel hartverwarmende reacties gekregen op mijn brief aangehecht aan het ‘Briefje van Jan’. Vaak heb je het gevoel dat je alleen staat in je overtuiging dat de beslissende druppel allang over de emmer is gegaan. Dat we natte voeten hebben en dat het te ongemakkelijk wordt om het te negeren. Nu weet ik dat ik niet alleen sta.

Mijn brief was geen nepnieuws, mevrouw Ollongren. Twitter herbergt schoften, mensen die door de ratten besnuffeld zijn. Twitter kan ook aanvoelen als een warme douche. Dat was op de dag dat mijn brief door Jan aan ‘Briefje van Jan’ werd gehecht. Ik voelde me vereerd, erkend, blij, heb menig traantje gelaten. Ik ben immers ook maar een mens met een mening. En er zullen ook vast op andere media lieve steunbetuigingen hebben gestaan. Dank jullie wel allemaal!

Ik heb mijn meegenomen bloemen afgelopen zaterdag aan Ebru gegeven. Niet alleen omdat ze ook mooie woorden op Twitter had naar aanleiding van mijn brief. Maar vooral omdat zij de dreiging en onderdrukking van een politiek systeem aan den lijve heeft ondervonden toen ze vastzat in Turkije. Toen ze weggetreiterd werd uit ‘die lieve stad’ door enkele mensen die haar de vrijheid niet gunnen om te zeggen wat ze wil. Die zelf wel de vrijheid pakken om met vlaggen de Erasmusbrug op te gaan om hun vaderlandsliefde (aan Turkije) te scanderen.

Ik gun iedereen zijn vrijheid van meningsuiting. Het is soms ongemakkelijk om aan te horen, maar het moet. Zeker nu. Zolang het maar vreedzaam blijft en iedereen de gelegenheid mag pakken om de brug op te gaan en te laten zien dat ze er ook mogen zijn. Wij schreeuwen niet. We hangen geen spandoeken aan de brug, of versperren het verkeer. We zingen, we praten met elkaar. Ebru ging deze keer voorop.

Iemand jogde op de brug voorbij met een Feyenoordsjaal om. Ik kreeg een flashback. Toen Feyenoord kampioen werd, stonden we op het Stadhuisplein. Als je de beelden van die mensenmassa bekijkt, zouden die politieke partijen die bijna alleen uit blanken bestaan (en tegelijkertijd wel diversiteit promoten) hun vingers er bij aflikken. We vielen elkaar om de hals, ook al kenden we elkaar niet. We keken niet naar kleur, afkomst, gender, op wie deze mensen stemden. We liepen polonaise over het plein. Daarna sprongen we zingend hand in hand het fontein in en haalden met plezier een paar natte voeten.

Ik gun elke Nederlander elke dag een kampioenschap van zijn club. Dan voelen we ons (ja ik ga het toch zeggen, ook al kan ik het niet meer horen als het door mensen wordt uitgesproken die zichzelf heel erg vinden deugen en het anderen verwijten dat het aan hen ligt dat er geen verbinding is) met elkaar verbonden. Dan springen we uit de hokjes, waarin we vaak door anderen zijn ingedeeld, en voelen ons vrij met elkaar en onder elkaar.

De essentie is dat we één volk zijn dat uit elkaar gedreven wordt door Social Justice Warriors, politieke partijen, onze regering en door Europese machthebbers die er baat bij hebben. De overgrote meerderheid van de Nederlanders willen hun bijdrage leveren aan de maatschappij. Door betaald en onbetaald te werken, liefde te geven aan hun naasten, door netjes hun boetes en belastingen te betalen.

De reden waarom het nu de verkeerde kant dreigt uit te gaan is dat 2019 1984 lijkt te zijn geworden. ‘Verkeerde’ meningen worden niet meer getolereerd. Moeten het zwijgen worden opgelegd. Moeten worden bestraft door het ineens als ‘hate speech’ te benoemen. Door de bekrachtiging van het Marrakeshpact kunnen MSM worden verplicht om alleen maar positief te berichten over immigranten. Vanuit de MSM is het verrassend stil over deze dwingend opgelegde ‘richtlijnen’. Ook de belangenverenigingen van journalisten hullen zich in stilzwijgen. Why?

Ik kwam via Google terecht op de website van de NVJ. Ik begon te lezen. Daar staat onder het kopje Persvrijheidsfonds: ‘De stichting heeft tot doel juridische procedures met een principieel karakter, die het de journalistieke beroepsgroep mogelijk maken om in zoveel mogelijk vrijheid haar werk te kunnen doen, te beginnen en te ondersteunen’. Mooi toch? Er onder staat een link. De link is dood… Ik hoop dat het een technische storing betreft.

Iemand noemde ons zure, seniele incontinente mensen die, geholpen door een rollator, de brug op gaan. We worden ook wel ‘tokkies’, ‘PVV’ers’ en ‘witte boze mensen’ genoemd.  Het is duidelijk dat die persoon zich nog nooit heeft verdiept in de mensen die er lopen. Nooit aanwezig is geweest. Toegegeven, het is een vast groepje, maar wat is daar mis mee? Afgelopen zaterdag zag ik nieuwe gezichten, meer jongeren sluiten zich aan.

Voor mij is het lopen een verademing. Ik luister naar de verhalen van de mensen. Het zijn mensen, soms met zorgvuldig gekozen woorden, soms ook met spontane mooie verhalen. Ik liep naast iemand die Pim nog heeft gekend en over hem vertelde, over zijn liefde voor Jaguars. Ik liep naast een gepensioneerde fotograaf van Het Vrije Volk. Ik liep naast een mevrouw uit Delft die voor het eerst meeliep. Haar man had haar aangespoord om mee te gaan. ‘Ik kan in de auto blijven wachten, maar ik kan net zo goed meelopen’. Ze wees naar haar man die in een geel hesje voor haar liep en druk in gesprek was met medelopers. ‘Hij kan zijn ei eindelijk aan iemand kwijt’, verzuchtte ze. En even daarna: ‘O, ik zie het al hoor. Volgende week wil hij weer.’ Ik liep naast iemand die lid is van een politieke partij en bewust zijn partijspeldje niet draagt. ‘Ik ben nu even niet van een partij, ik ben één van de mensen van de gele hesjes’.

Als ik naar die mensen luister is het moeilijk om tegelijkertijd het lied ‘15 miljoen mensen’ mee te zingen. Maar onder de brug zingen we allemaal. Na afloop wordt de politie bedankt voor de begeleiding met een applaus. Zo hoort dat. De politie ligt onder vuur. Door eencelligen die menen hun het leven zuur te moeten maken als ze levensreddend bezig zijn. Door politici die het onnodig vinden om hen te belonen met een fatsoenlijk loon. En we bedanken elkaar en zeggen als vanzelfsprekend: ‘Tot volgende week’. Sommigen verexcuseren zich. ‘Ik kan er volgende week niet bij zijn. Ik baal er ook van. Maar ik denk aan jullie. De week erop zie je me weer. Zeker weten’.

Ik roep hierbij de mensen op die elke week met ons meelopen om iemand over te halen om ook mee te wandelen. Wij hebben laten zien dat we nette burgers zijn. Dat we er alles aan doen om ons aan de regels te houden.

Ik weet dat er veel mensen zijn die in gedachten met ons meelopen, die ons vele harten onder de riem steken op Facebook en Twitter. Die vast en zeker redenen denken te hebben om voorlopig nog even thuis te blijven. Ik roep al die mensen op om zich massaal bij ons aan te sluiten. Mee te lopen. Over de brug. Vreedzaam. Zingend. Pratend. Om met elkaar de vrijheid van meningsuiting te vieren. In een geel hesje. Omdat het kan. Omdat het moet.

Dit is mijn tweede en meteen laatste brief. Ik ben niet belangrijker dan iemand anders die daar loopt. Ik heb mijn kop even boven het maaiveld uitgestoken. Omdat ik vond dat iemand in een geel hesje even een gezicht moest krijgen. Om de andere lopers te eren. En de mensen die zich bij ons aan gaan sluiten. Ik duik weer onder in de lopers, in een geel hesje. Tot zaterdag.

Ik groet U.”

Wéér raakte Lidnr. #66 de kern.

Zaterdag is ze er weer.

Ik ook.

Ik mag organisator Marco de Haas, die om prettige redenen een weekend door zijn vrouw wordt ontvoerd, een keertje vervangen.  Dat kan nog net, want vanaf 13 januari duik ik een tijdje onder. “Hij durft het je niet te vragen, Jan”, zei zijn vrouw. “Hij voelt zich verplicht om de taak die hij op zich heeft genomen elke zaterdag uit te voeren.”

Marco de Haas heeft zijn hart op dezelfde plaats zitten als Lidnr. #66.

En als al die anderen die al ruim een maand elke zaterdag om 11.30 uur vanaf het Willemsplein de Erasmusbrug op draaien.

Om verbonden te zijn met soortgenoten. Doodnormale, keurige bezorgde burgers, waarvan zeker 95 procent niet op jullie, de politici van VVD, D66, CDA, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie, gaat stemmen.

Niet meer.

Want ze hebben het bijna allemaal meestal wél gedaan… (vooral op PvdA, VVD en D66 trouwens).

Toen ze jullie nog vertrouwden.

Ze hebben geen spandoeken nodig. Ze willen niet woest schreeuwend (of erger) met hun snufferd op de voorpagina van de Telegraaf. Ze zien de politiemensen, die evengoed slachtoffer zijn van jullie desastreuze beleid, niet als vijanden.

Ze wandelen.

Ze zingen een lied.

Ze praten.

Ze voelen zich niet alleen.

En ze rekenen op 20 maart met jullie af!

Groet,

JanD