Aan de wokies

Beste wokies,

Ik las gisteren, op vaderdag, een bericht over de internationale zwembond FINA en moest (extra) aan mijn vader denken.

Het bericht ging over transgenders.

Mijn vader noemde transgenders, die we een heel enkele keer tegenkwamen als we in Rotterdam gingen winkelen, altijd ‘omgebouwden’.

Ho!

Adem in, adem uit.

Ga nu niet meteen op social media naar mijn vader op zoek om hem te rapporteren en te cancelen en rij ook niet met een aftandse dieselbus naar de Goudenregenstraat 5 in Bergambacht om met een masker voor je muil en met spandoeken met linksextremistische leuzen erop te gaan schelden op de beste man.

Hoort-ie toch niet.

Hij is al bijna veertien jaar dood.

En stemde daarvoor altijd keurig op de PvdA.

Dus relax!

Hij heeft die woke-gekkigheid van jullie helemaal niet meegekregen, joh!

Het was nog zo’n ouderwetse.

Iemand die alleen discrimineerde op gedrag.

Je had mensen die deugden en die hun best deden om wat van hun leven te maken – en daar kon-ie goed mee.

En je had mensen die niet deugden en die niet hun best deden om wat van hun leven te maken – en daar had-ie weinig tot niks mee.

Ik weet zeker dat mijn vader gisteren met instemming kennis zou hebben genomen van het nieuws dat de internationale zwembond FINA transvrouwen voortaan verbiedt deel te nemen aan zwemwedstrijden voor vrouwen.

Tenzij het transvrouwen betreft die voor hun twaalfde, dus voor hun pubertijd, al de volledige transitie van jongen naar meisje hebben doorlopen.

Mijn vader zou dat logisch hebben gevonden.

Want die wist met zijn boerenverstand ook wel dat zwemwedstrijden oneerlijk zouden worden voor alle vrouwen die als meisje waren geboren, als ze het moesten opnemen tegen wat hij dus ‘omgebouwden’ noemde.

Dat de FINA overweegt aparte zwemwedstrijden te gaan houden voor transgenders (een zogenaamde ‘open categorie’) zou hij dus hebben toegejuicht.

Goed nieuws voor iedereen.

Hij zou het als actief en passief sportliefhebber niet leuk hebben gevonden voor zwemliefhebbers die toch al moesten dealen met allerlei worstelingen in hun leven, als ze ook nog eens werden uitgesloten van hun hobby, deelnemen aan zwemwedstrijden.

En ik denk dat hij meteen ook had bedacht dat er, wilde je het helemaal eerlijk maken, niet één open categorie voor alle ‘omgebouwden’ moest komen, maar twéé categorieën: eentje voor mannen die vrouw waren geworden en eentje voor vrouwen die man waren geworden.

Mijn vader was een wijs man.

De internationale zwembond FINA is een wijze sportbond.

Nu er één schaap over de dam is, volgen er hopelijk meer.

Al moet ik eerlijk zeggen dat het besluit van de FINA mij toch verraste.

Dat mensen en organisaties hun gezond verstand gebruiken en normáál doen in plaats van als makke schapen achter militante beroepsactivisten aan te rennen…

Ik moet er weer hélemaal aan wennen!

Groetjes,

JanD

PS. Cadeautje. Omdat ik jullie een nieuwe hobby gun.

PS2. De nieuwe ‘Bellen met Bassie’-podcast gaat ook al over huilkipjes.

Dank voor jullie donaties!

Aan Sigrid Kaag

Mevrouw Kaag,

Wat goéééd!

Dat u in het hol van de leeuw, op het congres van D66, liet zien waar u voor staat.

Fatsoen!

“Er is een klimaat van agressie ontstaan jegens allen die werken voor de publieke zaak en dat accepteer ik niet”, zei u.

Uw missie om daaraan een eind te maken, onderschrijf ik volledig.

En u laat het op z’n Rotterdams niet alleen bij woorden, hè.

U bent meer van de daden.

Zo weet ik nog dat de directeur van het landelijk partijbureau van D66, die voor een karig salaris de publieke zaak diende, zich meldde met klachten over stalking, bedreiging en chantage door uw eigen campagneleider en voormalig D66-talentscout Frans van Drimmelen.

Waar andere politici in zo’n geval zouden proberen de kwestie af te schuiven naar het partijbestuur en de geheime bijlage van een onderzoeksrapport in de doofpot zouden proberen te stoppen, greep u onmiddellijk in.

U wilde geen stalkers, bedreigers en chanteurs in uw partij.

Toch?

“Het neemt als het gaat om vrouwen in mijn ogen bijna middeleeuwse vormen aan”, zei u ook nog.

Ook dat accepteert u inderdaad niet.

Zodra u hoorde dat een oud-D66-lid met borsten aangifte zou gaan doen tegen een oud-partijleider (en nog altijd erelid) van D66 omdat die haar verkracht zou hebben, riep u hem op het matje.

En toen u vernam dat hij samen met twee medewerkers zogenaamde bangalijsten (iets met cijfers voor bedprestaties) zou hebben bijgehouden van vrouwen waarmee zij seks hadden gehad, droeg u hem voor voor royement.

Toch?

Dat diezelfde oud-partijleider eerder overigens partijleider had kunnen blijven toen hij een D66-raadslid uit Meppel probeerde tot abortus te dwingen en intimideerde door haar een topadvocaat op haar dak te sturen, kwam ook alleen maar omdat u toen in het buitenland zat voor de Verenigde Naties en deze middeleeuwse toestand u was ontgaan.

Toch?

Ongelijkwaardige relaties waarbij mensen misbruik maken van hun status en functie zijn u trouwens niet alleen een doorn in het oog als het om vrouwelijke slachtoffers gaat.

We weten allemaal nog hoe u zich bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen openlijk verzette tegen een verkiesbare plek op de kandidatenlijst van D66 voor een advocaat van wie algemeen bekend was dat hij zijn ‘liberale standpunt’ graag in de mond duwde van enigszins labiele jonge mannen die nogal onder de indruk waren van zijn statuur.

Toch?

Het is ook goed dat u het op het congres opnam voor dieners van de publieke zaak die verbaal bedreigd worden.

U zei letterlijk: “Demonisering en ontmenselijking van de ander hebben gevolgen. Je hoeft  geen helderziende te zijn om te vrezen voor de gevolgen. Voor mensen die opeens de daad bij het woord voegen. En dan is het te laat.”

Er is lef voor nodig om zoiets op een partijcongres van D66 te zeggen, mevrouw Kaag.

Want u keek D66-fractievoorzitter Jan Paternotte recht in zijn smoel aan toen u hem voor een volle congreszaal kapittelde voor zijn opmerking dat Geert Wilders “de beste vriend van Vladimir Poetin” is – en de meest bedreigde politicus van Nederland daarmee ook nog tot target maakte van wraakzuchtige Oekraïeners.

Alsof die duizenden doodsbedreigingen door moslims nog niet erg genoeg zijn.

Toch?

Het enige wat me eigenlijk een beetje verbaasde was dat u toestond dat het D66-partijbestuur zich verzette tegen een motie om een breder extern onderzoek te laten verrichten naar de vraag hoe D66 wangedrag van D66-campagneleiders, D66-partijleiders, D66-Kamerleden en D66-fractievoorzitters voortaan kan voorkomen.

Gelukkig corrigeerden de leden dat door die motie wel aan te nemen, maar het geeft wel te denken over de bestuurscultuur binnen D66.

Toch?

Groet,

JanD

PS. Cadeau. Beschouw het maar als een zoenoffer uit Eesterga.

Dank voor jullie donaties!

Aan Mark Rutte

Meneer Rutte,

En ja hoor, daar was het cadeautje aan Oekraïne waarvan je wist dat het zou komen: het kandidaat-lidmaatschap van de EU.

Het ‘nee’ van Rutte 1, Rutte 2, Rutte 3 en Rutte 4 werd, zoals iedereen die u kent kon voorspellen, een ‘ja’.

Nog geen vier maanden nadat de corrupte schurkenstaat Oekraïne werd aangevallen door de nog corruptere schurkenstaat Rusland tekende u bij het kruisje.

U had daarvoor twee argumenten.

Argument 1: “De eenheid van de EU bewaren.”

Argument 2: “Die oorlog daar is de onze.”

Argument 1 is valide.

Als je het belangrijker vindt om de ongekozen technocraten in Brussel hun zin te geven dan als soeverein land (samen met je parlement) een eigen afweging te maken over dit soort beslissingen (en dat vindt u), dan biedt ons staatsbestel de gelegenheid om ‘ja’ en ‘amen’ te zeggen tegen dit om zoveel redenen bizarre voorstel.

Je kunt het ook niet doen.

Ook die mogelijkheid biedt het EU-systeem (nog).

Via het zogenaamde ‘veto-recht’ van de lidstaten.

Maar dat vereist een ruggengraat én beperkt uw verdere carrièremogelijkheden, dus ik snap dat u deed wat u deed.

De ruggengraat ontbreekt en qua volgend ‘baantje’ na 2 augustus wilt u alle opties openhouden.

Argument 2 is een ander verhaal.

“Die oorlog daar is de onze”, zei u gisteren tijdens uw wekelijkse persconferentie.

En: “Laten we het daar nou even wel met elkaar over eens worden.”

Ten eerste: die oorlog daar is helemaal niet de onze.

Een oorlog is ‘de onze’ als Nederland of een ander NAVO-land wordt aangevallen.

In Artikel 5 van het NAVO-verdrag tussen 30 landen uit Noord-Amerika en Europa staat dat “een gewapende aanval tegen een of meer van hen in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen hen allen zal worden beschouwd”.

Oekraïne is geen lid van de NAVO.

Punt.

‘We’ doen in de westerse wereld heel veel om Oekraïne te steunen.

Sturen wapens.

Veroordelen Putin.

Vangen vluchtelingen op.

Laten ze het Songfestival winnen.

Jagen onze eigen mensen verder de recessie in.

Doen ze het kandidaat-lidmaatschap van de EU cadeau.

Maar één ding doen we niet: zélf oorlog voeren met Rusland.

Als u nu zegt dat “die oorlog daar de onze is”, gaat u weer een stap verder.

Feitelijk verklaart u Rusland de oorlog.

Zónder overleg met uw baas, de Nederlandse Tweede en Eerste Kamer.

Natuurlijk kunt u voor de zoveelste keer sinds uw aantreden als premier op 14 oktober 2010 met verbale gymnastiek uitleggen dat “die oorlog daar is de onze” niet betekent dat “die oorlog daar de onze is”.

Of beweren dat u geen herinnering heeft aan de uitspraak “die oorlog daar is de onze”.

De vraag is alleen of Vladimir Putin een boodschap aan die Ruttiaanse nuanceringen en leugens heeft.

En de vraag stellen, is ‘m beantwoorden.

U rommelt ons steeds een stukje verder “die oorlog daar” in.

Hun oorlog.

Niet mijn oorlog.

Groet,

JanD

PS. Cadeau! Voor als u ‘s avonds in uw twijfelaar kruipt.

Dank voor jullie donaties!

Aan mijn lezers

Beste lezers,

Ik kreeg woensdag de vraag hoe lang ik nog van plan was klein en kaal te blijven.

Ik ga hier niet meer op in.

Ik merk echt dat het me raakt.

Snif.

Ik weet niet of dat de vragensteller wat uitmaakt.

Wacht.

Ik wil er heel graag op reageren.

Ik sta hier als de auteur van het ‘Briefje van Jan’ met de allerbeste intenties.

Om de goeie dingen voor Nederland te doen.

En ik…

Dat is wie ik ben.

Dat doe ik met een open blik en een open vizier.

En ja, dan kunnen we van mening verschillen, meneer Jansen, mevrouw Pietersen, mevrouw Klaassen.

Ook met u, meneer Hansen.

Ik vind het prima om op de inhoud dat debat te voeren, maar ásjeblieft op de inhoud.

En niet op de persoon.

Gisteren verschenen op social media allemaal foto’s waarop te zien is dat ik klein en kaal ben.

Allemaal blamamifobie.

Een ziekelijke afkeer van blanke mannen van middelbare leeftijd.

Maar in tegenstelling tot eergisteren hoefde ik er niet om te huilen.

Strijdbaar ging ik weer met de allerbeste intenties de goeie dingen voor Nederland doen.

Briefjes schrijven.

En lachen om de middelvinger die ik opstak naar de slachtoffers van het Toeslagenschandaal, samen met Bente Becker, Judith Tielen en Thom van Campen.

Oh nee, dat was ik niet.

Dat was de tassendrager van Mark Rutte.

Groet,

JanD

PS. Cadeautje. Ik heb er deze dagen zelf ook veel baat bij.

Dank voor jullie donaties!

Aan Sophie Hermans

Beste Sophie,

Gisteren noemde Jan Paternotte, de leider van de seksschandalenpartij, Geert Wilders in de Tweede Kamer tijdens het debat over de Voorjaarsnota “de grootste vriend van Poetin”.

Na de vele, vele moslims die Wilders willen vermoorden, moesten blijkbaar ook bloeddorstige Oekraïeners nog even geactiveerd worden.

De wapens hebben ze al (cadeau gekregen van D66-minister van Pief, Paf, Poef Kajsa Ollongren).

Geert Wilders is de enige politicus in Nederland die al achttien jaar het grootst denkbare offer moet leveren omdat hij het in zijn ogen beste met Nederland voorheeft.

Zijn vrijheid.

En die werd door de leider van de één na grootste coalitiefractie volkomen ten onrechte weggezet als medeplichtige aan de oorlogsmisdaden van de Russische president Vladimir Putin.

Níemand van de collega-fractievoorzitters stormde naar de interruptiemicrofoon.

Níemand nam het op voor Geert Wilders.

Níemand in de Tweede Kamer roffelde op de tafels toen Geert Wilders verbaal de vloer aanveegde met die hitser van D66.

Niet veel later noemde Geert Wilders jou “de tassendrager van Mark Rutte”.

Je ging huilen.

Collega-fractievoorzitters stormden naar de interruptiemicrofoon.

Massaal namen ze het voor je op.

Massaal roffelden ze op de tafels toen je je traantjes had afgeveegd en je de clichébraakbutton, de handbeweginkjesknop en de neurotisch neplachjes-toets weer had gevonden.

Geert Wilders had de tassendrager van Mark Rutte zomaar “de tassendrager van Mark Rutte” durven noemen.

Dat was toch volstrekt onaanvaardbaar?

Een persoonlijke aanval!

Hoe durfde hij?

Wat een schande!

Hoe durfde Geert Wilders de fractieleider van de partij die hoofdverantwoordelijk is voor ál het leed dat de Nederlandse bevolking de afgelopen twaalf jaar is aangedaan, momenteel wordt aangedaan en de komende jaren zal worden aangedaan aan het huilen te maken?

Terwijl papa Loek niet in de buurt is met een zakdoek.

En terwijl baas Mark het met al die tv-camera’s in de buurt niet aandurft om een troostende schouder aan te bieden.

Zó vals van die Wilders!

Zó zielig voor Sophie!

Wélke toeslagenouders?

Wélke Groningers?

Wélke door de Staat ontvoerde kinderen?

Wélke bejaarden die de moord konden stikken tijdens de coronacrisis?

Wélke ouderen die hun gasrekening niet meer kunnen betalen?

Wélke zieken die hun medicijnen niet meekrijgen bij de apotheek?

Wélke jongeren die maar geen huurhuisje kunnen krijgen?

Wélke rechtsstaat die verkwanseld is?

Allemaal klein bier voor de Kamer.

Geert pest Sophietje.

En da’s niet lief.

Want nu moest Sophietje huilen.

Ach gossie…

Laat ik eindigen met een compliment voor Rob Jetten.

Die was als tassendrager van zíjn politiek leider, Sigrid Kaag, toch een grotere meid dan jij.

Groet,

JanD

PS. Cadeautje. Dan ga je eindelijk snappen waarom je bent neergezet waar je bent neergezet.

Dank voor jullie donaties!