Aan Rosanne Hertzberger

Bouwmarktcampagne 2019

Beste Rosanne,

Er waren momenten dat ik me echt afvroeg of je ze wel alle 147 op een rijtje had.

Toen je gesteund door de hoofdredacteuren Peter Vandermeersch van NRC en Phillippe Remarque van de Volkskrant samen met 140 andere mediakipjes de jou onwelgevallige website Geenstijl financieel de nek om probeerde te draaien bijvoorbeeld.

En toen je mij het stempel neonazi op mijn voorhoofd plakte.

Maar ik ben niet rancuneus.

Dus als je eens een keer wél iets verstandigs zegt, vind ik dat ik je ook wel even wat shine mag geven buiten het publiek van NRC-bejaarden.

Je column gisteren ging over de boekenwereld.

Er komt een nieuw bedrijf (Bookaroo) waar je online boeken kunt bestellen, die dan niet ergens in een centraal magazijn in een envelop worden gestopt, maar bij je lokale boekhandelaar of een andere boekhandelaar (die het heeft gekregen van dat centrale magazijn).

Waarom zou je dat als consument willen?

Omdat honderd in hun kringen bekende schrijvers (de Asha ten Broeke-, Daan Heerma van Vos– en Mano Bouzamour-achtigen) dat willen.

En om de lokale boekhandel te steunen.

Terecht vroeg jij je af waarom je in godsnaam de lokale boekhandel zou moeten willen steunen.

Je schreef: “Als een winkel met uitgeprinte teksten zich anno 2019 niet heeft weten te vernieuwen, en zichzelf interessant te houden voor de consument, dan hoort die te verdwijnen.”

En je deed dat in een papieren NRC, die ik met de auto vier kilometer verderop bij de boekhandel was wezen kopen, omdat ik in het weekeinde nou eenmaal even wil lezen hoe eurofielen op een wittemensencourantenredactie denken.

Daarna kocht ik online natuurlijk meteen het boek van je man, waarvoor je weinig subtiel in je column reclame maakte.

Dat boek van jouw man, met “iets van zeven of acht nominaties”, wordt vandaag, op zondag, door mijn eigen Bookaroo hier in Eesterga bezorgd.

Dus je hebt hélemaal gelijk.

Zou jij Bookaroo doen?

Ik ook niet.

Groet,

JanD

PS. Wil je dat ik mijn stomme bek hou? Zolang voldoende mensen lid worden van The Post Offline, mij sponsoren  via die Marokkaan in die rolstoel of gewoon doneren aan mevrouw Dijkgraaf, kun je mijn kloten kussen. Spreekwoordelijk, uiteraard.

 

Van Kees, aan rechtse mensen

Bouwmarktcampagne 2019

Beste rechtse mensen,

Ik vond van mijn broer Jan vanochtend gelukkig niet zo’n ordinaire mail als gisteren, maar alleen vier korte sms’je. Waar ik overigens geen jota van begreep.

Hij schreef eerst: “Bol -45%”.

Toen: “Bunq +0”.

Daarna: “B’rs +0”.

En tenslotte: “Lekker dan voor mevrouw Dijkgraaf”.

Wat je niet begrijpt, moet je lekker laten gaan, dus ik wil jullie graag eens de softe kant van mijn broer laten zien.

Ik hoor in de kantine van het gemeentehuis waar ik werk weleens van collega’s die zijn stukjes lezen, dat ze hem heel erg rechts vinden.

Maar dat is hij helemaal niet.

Als hij vroeger op televisie beelden zag van kindjes of colour met zo’n Biafra-buikje, zei hij weleens tegen onze moeder: “Wat een geluk dat wij hier wonen hè, mam?”

Hij zegt niet voor niets altijd: “Ik wens jou het dubbele”. Niet alleen tegen van die rare VPRO-mensen die met een slok op zeggen dat hij ‘terminaal’ is, maar ook tegen mensen die hem alle geluk, gezondheid en rijkdom van de wereld wensen.

Hij is zelfs een beetje een zacht ei. We zitten op dit moment in Zuid-West Friesland weer in de beginfase van een muizenplaag, maar als hij naar Lemmer rijdt om wat boeken op de post te gooien, zie je hem slalommend over de Straatweg gaan om de overstekende muizen te ontwijken.

Ik weet dan ook zeker dat als mijn broer tijdens zijn kanotocht om Denemarken op een strand een jochie van 2 ziet liggen met zijn hoofd in het water, dat-ie gaat kijken of ‘m niks mankeert en indien nodig het leven van het ventje redt.

En ik weet zeker dat als hij een paar honderd meter uit de kust een paar mensen in een zinkend bootje ziet zwaaien, hij ze te hulp schiet. Hij zal ze één voor één oppikken en weer veilig aan land brengen.

Eigenlijk is het enige verschil tussen mijn broer Jan en de kapitein van de Sea Watch dat mijn broer Jan het land op een paar honderd meter kiest en de kapitein van de Sea Watch het land op een paar honderd kílometer.

Mijn broer Jan gaat rechtsaf, de kapitein van de Sea Watch linksaf.

Mijn broer Jan brengt die mensen terug naar hun familie, die hun cultuur heeft en hun taal spreekt, de kapitein van de Sea Watch levert ze af bij Judith Sargentini, die ze neerplempt bij allemaal vreemden die hun taal niet willen spreken, die Allah helemaal niet de grootste vinden en die vrouwen ook gewoon volwaardige mensen vinden.

Leg mij maar eens uit waarom mijn broer Jan dan de foute van de twee is.

Maar goed, ik ben natuurlijk niet objectief.

Het blijft tenslotte toch je broer.

Groetjes,

Kees

PS. Bij Radio Veronica prees mijn broer Jan zelfs Femke Halsema de hemel nog in. Luister maar!

 

Van Kees, aan Lilianne

Bouwmarktcampagne 2019

Lieve Lilianne,

Ik kan zo uittekenen wat mijn broer Jan van jouw bezoek aan het zuiden van de Verenigde Staten zou vinden, waar dit jaar strengere abortuswetten zijn ingevoerd.

“Doe eerst maar eens wat aan die genitale verminkingen in eigen land.”

“Zijn de moslima’s die hier achter de voordeur gevangen worden gehouden al bevrijd?”

“Heb je de meisjes die op schoolvakantie naar islamitische landen moeten om te worden uitgehuwelijkt al gered?”

“Wie betaalt dat snoepreisje?”

“Nou, daar zal Donald Trump van wakker liggen…”

En tenslotte: “De Verenigde Staten zijn een democratisch land, dus bemoei je met je eigen poep.”

Het is zó makkelijk allemaal!

Waarom willen mensen als mijn broer Jan toch niet zien hoe gewéldig jij bent?

Dat jij niet, zoals Thierry Baudet, tijdens het reces van de Tweede Kamer op de rand van een infinity pool gaat liggen poseren om stemgerechtigde mokkeltjes te verleiden, maar je daadwerkelijk inzet voor de onderdrukten op aarde en daar een deel van het reces voor opoffert.

Dat jij dat niet doet met een symbolische motie in de Tweede Kamer, maar door met je poten in de modder te gaan staan.

Dat jij niet alle Nederlandse media opzoekt om politiek gewin uit je actie te halen, maar er héél selectief een paar te woord staat, omdat je daarmee de Nederlandse bevolking kan waarschuwen voor het gevaar dat ‘de breinaald van Kees van der Staaij’ heet.

Dat jij heus niet businessclass vliegt, met je man, op kosten van de staat, de partij of een stichting, en even een dagje Alabama aan een vakantie in de Verenigde Staten plakt omdat de reiskosten dan gedekt zijn.

Dit komt allemaal uit je hart.

Een groot hart.

Lieve groet!

Kees

PS. Krantje mee voor onderweg?

 

Aan de burgemeester van Amsterdam

(Noot voor de fotoredactie: bij de man rechts graag nog een balkje)

Mevrouw Halsema,

Theo van Gogh regisseerde in 2004 de korte film ‘Submission part 1’ van de afvallige moslima Ayaan Hirsi Ali.

Van een ‘part 2’ kwam het nooit.

In de brief die moslimterrorist Mohammed Bouyeri op 2 november van dat jaar aan de Linnaeusstraat met een mes in de borst van de door hem zojuist omgelegde Van Gogh prikte, bedreigde Bouyeri Ayaan Hirsi Ali met de dood. Van Gogh was volgens Bouyeri, net als Hirsi Ali, “een vijand van de islam” en had dus de eerste in een reeks moeten worden.

Theo van Gogh was een makkelijk doelwit voor de moslimterrorist.

Hij zag er namelijk nogal herkenbaar uit.

En niemand fietst sneller dan een kogel.

Ik wil maar zeggen: in de radicale islamitische wereld kijken ze niet op een dooie meer of minder als het gaat om mensen die ‘de goede zaak’ verraden.

Radicale moslims die deradicaliseren, zijn voor de Bouyeri’s van deze wereld, en voor de geestelijk leiders die dat soort vullis inspireren, ook een doelwit.

Zo houdt de AIVD al jaren ene Jason Walters (Abu Mujahied Amrikie) in de gaten.

Walters was, net als Bouyeri, lid van de Hofstadgroep. Nadat hij in 2013 een lange gevangenisstraf wegens het gooien van een handgranaat naar een arrestatieteam en het lidmaatschap van een criminele organisatie had uitgezeten, deradicaliseerde hij.

Sindsdien is Walters regelmatig in de media geweest. Uit angst voor aanslagen op zijn leven uit de radicale moslimhoek altijd onherkenbaar.

Maar nu is het leven van Walters alsnog extra in gevaar gebracht.

Er is namelijk een filmmaker die hem tussen 2013 en 2015 een aantal keren sprak. Die, volgens Walters (en de Reclassering), afspraken over veto-recht en het onherkenbaar maken van Walters aan zijn laars lapte. En die glashard zou liegen over de inschatting van Walters’ risico’s door de AIVD. Of de NCTV, whatever.

Daardoor is de film in Denemarken al te zien geweest met een volledig herkenbare Jason Walters. In de Nederlandse versie is hij inmiddels alsnog ‘geblurd’, maar het leed is natuurlijk al geschied.

Moslimterroristen hebben ook internet.

Die filmmaker krijgt in alle Nederlandse media deze week ruim baan om zijn film te promoten en zijn frustratie te uiten over het feit dat Jason Walters zich in 2015 terugtrok uit het project.

Die publiciteitshausse heeft de filmmaker niet te danken aan de kwaliteit van de film. Want die kreeg maar twee sterren in NRC Handelsblad en de Volkskrant.

Dus aan iets anders.

Ik vermoed: aan het feit dat de filmmaker, Robert Oey, de man is van de burgemeester van Amsterdam.

Zo werkt dat bij de Staatsomroep en de mainstream media.

En nu maar hopen dat Jason Walters niet door uw lieve stad gaat fietsen, net als Theo destijds…

Groet,

JanD

PS. Wilt u dat ik dit soort sympathieke kattebelletjes blijf schrijven? Dat kan! Wilt u juist liever dat ik er mee stop? Dan zijn er vast zát mensen die dat zullen verhinderen 😉

 

Aan mijn reaguurders

Zomer 2019 - Reizen

Beste mensen,

Slecht nieuws.

Maar eerst even terug naar de jaren ’70.

Suriname was net een zelfstandige republiek. Veel Surinamers besloten daarop hun geluk te gaan beproeven in Nederland. Zo ook Marvin. Marvin was nog niet geland op Schiphol of hij zag een briefje van 100 (toen nog gulden) liggen. Hij zocht meteen een telefooncel op en belde zijn neef Randy. “Randy”, zei hij, “je had gelijk! Het geld ligt hier op straat. Ik zag hier een briefje van 100 liggen!” Waarop Randy vraagt: “Heb je het meegenomen?” “Nee”, zei Marvin, “ik begin morgen pas.”

Dat, beste mensen, heet dus: een mopje.

En hoezeer Social Justice Warriors als de sneue Rosa Parks-imitator Sylvana Simons en helper whiteys als noem-al-die-kneuzen-maar-op ook zullen vinden dat dat mopje niet kan: ik blijf ‘m af en toe vertellen.

Net als ik het woord ‘neger’ af en toe blijf gebruiken voor heel donkere mensen met kroeshaar als mij dat zo uitkomt – en negers mij ‘kaaskop’, ‘bleekscheet’ en ‘witte’ mogen blijven noemen als dat hen zo uitkomt.

Dat heeft, allebei, met racisme niks te maken.

Dat zijn Belgenmoppen respectievelijk feitelijke omschrijvingen van uiterlijke kenmerken – en ik laat niemand mij de mond snoeren.

Dat laat ik niet gebeuren, omdat ík weet dat ik geen racist ben én ik me niet laat chanteren.

Ik beoordeel mensen uitsluitend op hun woorden en hun daden. Witte mensen, gele mensen, bruine mensen, zwarte mensen, mannen, vrouwen, andere soorten, lange mensen, korte mensen, dikke mensen, dunne mensen, mooie mensen, lelijke mensen, hardwerkende mensen, luie mensen – álle mensen.

Als je overigens aansloeg op ‘witte mensen’ (“Ik ben niet wit! Ik ben blánk!”) dan adviseer ik je eens goed in de spiegel te kijken. Ik ben ook blank. Maar als iemand mij ‘wit’ noemt, zal me dat compleet jeuken. Als iemand mij ‘wit’ noemt omdat-ie een Social Justice Warrior is of een helper whitey (zoals alle journalisten van de Staatsomroep en andere mainstream media die zich gek laten maken door de Sylvaantjes), dan zie ik wat ze doen, en verafschuw ik wat ze doen, maar dan nog reageer ik niet en blijf ik witten gewoon ‘blanken’ noemen. En negers ‘negers’.

Anderen gaan namelijk niet over mijn woorden.

Kom ik nu terzake.

Jullie gaan niet over mijn woorden, ik ga niet over jullie woorden.

Ik ben voor de ultieme vrijheid van meningsuiting. Vandaar ook vorig jaar (op 5 mei) de start van het ‘verzetskrantje’ The Post Offline (rest van het jaar met korting; Max Tailleur had er wel raad mee geweten).

Ik ben zelfs een VvMU-fundamentalist. Je mag in Nederland van de wet de Holocaust niet ontkennen. Vind ik foute wetgeving. Als jullie denken dat er nooit een Holocaust was, mogen jullie de Holocaust van mij ontkennen. Ik verklaar jullie tegelijkertijd tot complete randdebielen (en ‘antisemieten’ bovendien), maar jullie mógen het van mij zeggen.

Zo mag iedereen van mij de meest racistische bagger over Sylvana Simons of zwarte mensen in het algemeen verkondigen.

Maar niet meer in mijn ‘huis’.

Na vandaag gaan de reaguurderspanelen onder mijn ‘Briefje van Jan’ dan ook voorlopig dicht.

Ik ontzeg niemand het recht om racistische bagger te schrijven, maar als je wilt poepen, doe je dat voortaan maar lekker op je eigen plee.

Het is jammer voor de 99 procent normale mensen, maar ik heb als best druk bezet eenmansbedrijfje in Eesterga geen tijd (en zin) om die ranzige zooi die sommige witten achterlaten op te ruimen.

Dan vanaf middernacht de deur maar een tijdje op slot.

Helaas.

Groet,

JanD

PS. Wedden dat al mijn sponsors het met me eens zijn?

(Advertentie, speciaal voor Surinaamse mannen)