Aan Yuri van Gelder

Beste Yuri,

Ik heb eens even uitgezocht welke Nederlandse Olympische sporters de afgelopen vijf Olympische Spelen een gouden medaille pakten in een individuele sport.

In 2012: turner Epke Zonderland, wielrenster Marianne Vos, windsurfer Dorian van Rijsselberghe en zwemster Ranomi Kromowidjojo. In 2008: wielrenster Marianne Vos, amazone Anky van Grunsven en zwemmer Maarten van der Weijden. In 2004: amazone Anky van Grunsven, wielrenster Leontien Zijlaard-van Moorsel, zwemmer Pieter van den Hoogenband en zwemster Inge de Bruijn. In 2000: judoka Mark Huizinga, springruiter Jeroen Dubbeldam, amazone Anky van Grunsven, wielrenster Leontien Zijlaard-van Moorsel, zwemmer Pieter van den Hoogenband en zwemster Inge de Bruijn. In 1996: wielrenner Bart Brentjens.

Ik durf te wedden dat ze geen van allen in de laatste negen dagen voor hun gouden medaillewedstrijd in één nacht ‘een stuk of vier, vijf’ (dus minimaal acht) biertjes in hun mik hebben geduwd. Sterker: ’s nachts sliepen ze en ze dronken er nul.

Kunnen leven als een monnik, dat is één van de vele kwaliteiten van de ware sportkampioen.

Heel grappig dus dat oud-voetballer Johnny Rep het gisteren zo voor je opnam in De Telegraaf. Rep vertelde trots hoe het er bij de WK’s van 1974 en 1978 aan toeging bij het Nederlands elftal. Dat ze niet spuugden in een alcoholische versnapering. Dat het heel gezellig was in Duitsland na de gewonnen halve finale in dat zwembad, met die drank en die vrouwen. Dat…

Nou ja, het bekende ‘moet kunnen’-gelul.

Want wat Rep vergat, Yuri, is dat de spelers van het Nederlands elftal twee keer de finale van hun leven verlóren. (En dat voetbal een teamsport is, waarin niet elke foutje dodelijk is, maar dat tussen haakjes)

Ik zag dat Katja Schuurman je via Twitter uitnodigde om samen met je vriendin bij haar en haar Freek “een avond écht feest te vieren”. Katja kennende blijft het dan niet bij “een stuk of vier, vijf biertjes”.

Je lijkt me dom genoeg om op die uitnodiging in te gaan.

Groet,


JanD