Aan Robin van Persie

Beste Robin,

Uit de spaarzame interviews die jij de laatste jaren gaf, kwam je naar voren als een intelligente kerel.

In die zin is het logisch dat je je niet hebt uitgelaten over de toestand in Turkije, het land van je werkgever Fenerbahce. Want je hebt er uiteraard geen zin in om de toorn van dictator Recep Tayyip Erdogan over je af te roepen.

Maar toch denk ik: het moet jou, tussen het tellen van je centen, toch wel raken? Al die mensen die uit hun ambt worden gezet, al die mensen die in kerkers worden gegooid, de reisverboden voor academici, de aankondiging van de herinvoering van de doodstraf, het instellen van de noodtoestand zodat Erdogan nóg meer macht kan uitoefenen dan hij al deed, dat gaat ook een voetballer toch niet in de koude kleren zitten? Op een gegeven moment heb je toch genoeg miljoenen verzameld voor jezelf, je kinderen én je kleinkinderen om als icoon je stem eens te laten horen en (in navolging van je Duitse Besiktas-collega Mario Gomez) te besluiten niet langer in zo’n land te willen wonen?

Of draaf ik door en denk jij: ik heb minister-president Mark Rutte sultan Erdogan ook nog niet horen veroordelen en ik las dat minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders gewoon met de Turken gaat praten over hun toetreding tot de EU, dus laat mij effe lekker met rust?

Je hebt nog gelijk ook!

Groet,

JanD

PS. Ik had dit briefje ook aan Wessie kunnen schrijven, maar die is even druk.