Aan Mark Rutte

Meneer Rutte,

Heel lang geleden werd ik als jeugdbestuurslid van de badmintonclub Blue Sky in Bergambacht geïnterviewd door Frank Hitzert van de Schoonhovense Krant.

Ik was 17.

En een saai potlood.

Uit dat hele interview (dat er later toe zou leiden dat ik een kans kreeg in de journalistiek en ben gaan doen wat ik ben gaan doen) herinner ik me weinig.

Maar één ding wel.

De zin: “Later, als ik bijvoorbeeld kinderen krijg, moet de opvolging wel geregeld zijn.”

Een paar jaar later kwam ik Thea, de tegenwoordige mevrouw Dijkgraaf, tegen.

Ik was net 22, zij 24.

Tijdens een van onze eerste avondjes uit vroeg ik of zij kinderen wilde.

En als ik haar moet geloven (en dat doe ik altijd blind) voegde ik er aan toe: “En wil jij dan een paar jaar thuis blijven om voor de kinderen te zorgen?”

Vrij ongepast natuurlijk.

Ik zou er zelfs aan hebben toegevoegd: “Want anders heeft verkering geen zin.”

In 1989 werd onze oudste zoon Pim geboren, in 1992 onze jongste zoon Bob (en mevrouw Dijkgraaf werd freelance journalist en werkte ‘vanuit huis’ voor ze enige jaren later weer gewoon ‘een baan’ nam).

Wat ik hiermee wil zeggen?

Afgezien van het feit dat ik als jonge twintiger volstrekt ongeëmancipeerd was?

Dat ik per se kinderen wilde.

Ik begreep níets van mensen die géén kinderen wilden.

Die waren er in die tijd echter volop.

Enerzijds was er bij velen paniek in de portemonnee.

Dat kwam door de nasleep van de oliecrisis, de massale werkloosheid en bijvoorbeeld een hypotheekrente van 12 procent.

Anderzijds was er bij velen pijn in het hart.

Dat kwam door de angst voor een kernoorlog, die op 29 oktober 1983 leidde tot de grootste demonstratie ooit in Nederland, met 550.000 deelnemers (op een bevolking van 14,3 miljoen).

Die paniek in de portemonnee had ook mij stress kunnen bezorgen.

Medio 1983, tijdens mijn eerste jaar in dienst bij het Rotterdams Nieuwsblad, ontving ik een ontslagbrief. Er moest bij uitgeverij Sijthoff Pers bezuinigd worden en de ontslagen werden geregeld volgens het LIFO-systeem.

Last in, first out.

Albert IJdens, de secretaris van de hoofdredactie, zei tijdens het overhandigen van die brief: “Maar maak je geen zorgen, het gaat pas over een halfjaar in en zodra er iemand bij een van onze kranten vertrekt, kun jij blijven.”

Al enkele weken later belde hij om me te feliciteren.

Er was een collega overleden.

Gevaar afgewend.

Pijn in het hart over kernwapens heb ik eerlijk gezegd nooit gevoeld.

Dat was zo groot, een kernoorlog, en zo níet beïnvloedbaar door mij, dat ik er heel goed in slaagde om me er van af te sluiten.

Bovendien: het was 1983.

De Tweede Wereldoorlog zat nog vers in ieders geheugen.

We hadden in Europa een Europese Economische Gemeenschap (EEG) van twaalf geciviliseerde landen, die “nooit meer oorlog” als kernwaarde had (de EEG nog wel).

Kortom: mijn kinderwens bleef recht overeind staan.

En gelukkig maar, want Pim en Bob Dijkgraaf hebben ons leven verrijkt.

Kom ik nu bij u.

U viert vandaag een feestje.

U bent de langst zittende premier van Nederland.

Normaal gesproken zou ik u daar, beleefdheidshalve, mee feliciteren.

Maar ik kan het niet.

Ik doe het niet.

Want als ik me ten diepste realiseer welke invloed u op mij persoonlijk heeft gehad, word ik alleen maar heel verdrietig.

Ik vraag me namelijk regelmatig af: zou ik, als ik nú voor de keuze stond, in Nederland nog kinderen op de wereld durven zetten?

Zou ik ze dat aandoen?

Zou ik ze u aandoen?

Het antwoord is: ik weet het echt niet.

U heeft de inwoners van dit land met uw beleid én uw mentaliteit zoveel leed bezorgd, dat ik niet meer onbevangen “Ja” zou zeggen.

Duidelijker dan dit kan ik niet maken wat ik van u vind.

And the worst has yet to come.

Want zelfs nu 82 (!) procent van alle stemgerechtigden (en zélfs een meerderheid van uw eigen VVD-kiezers) zegt dat uw houdbaarheidsdatum verstreken is, in een onderzoek van nota bene uw eigen Staatsomroep, houdt u autistisch vast aan de macht.

Dus een felicitatie met uw record?

Ik krijg het echt mijn strot niet uit.

Groet,

JanD

PS. Het was even zoeken, maar toch gelukt: een cadeautje.

Disclaimer Het ‘Briefje van Jan’ wordt mede mogelijk gemaakt door maandelijkse donaties via Backme en losse donaties via Bunq. Waarvoor mijn dank. En die van mevrouw Dijkgraaf.

(Advertentie)