Aan Hans Spekman

Beste meneer Spekman,

“Dat ie met 2200 voorkeursstemmen die zetel behoudt, dat vind ik laf. 2200, dat is helemaal niks…”

Was getekend: u.

Over: Jacques Monasch.

Het werd Monasch afgelopen weekend eindelijk gewaar dat hij wel mee mocht doen met de lijsttrekkersverkiezing van de PvdA, maar dat hij slechts zou dienen als kanonnenvoer voor uw gedroomde kandidaten Diederik Samsom en Lodewijk Asscher.

Dus trok Monasch zich terug als kandidaat, zegde hij zijn PvdA-lidmaatschap op en stapte hij uit de fractie om in de Tweede Kamer de zeventiende (!) fractie te gaan vormen. In zijn eentje. Voor vier maanden.

U mag dat laf vinden, dat iemand gebruik maakt van de mogelijkheden die de wet hem biedt.

U zei ook nog, op de vraag van Jeroen Pauw of Monasch een eigen partij gaat beginnen (God bewaar ons!): “Dat sluit ik helemaal niet uit, want dat is in de mode tegenwoordig. Dan wordt ie een mini-dictator en zet ie er een paar vazallen omheen en is het een applausmachine.”

Kijk, toen begon ik het een beetje ergerlijk te vinden, uw optreden bij Pauw.

Want daarmee verwees u natuurlijk naar die twee Erdogan-loopjongens die eerder de PvdA-fractie verlieten om voor zichzelf te beginnen.

Ik kan me vergissen, maar volgens mij heeft u, samen met Diederik Samsom, de heren Kuzu, Öztürk én Monasch zelf een paar jaar geleden goed genoeg bevonden om ze op een verkiesbare plek op de lijst te zetten.

Langzamerhand vraag ik me af of ze bij die tweedehands-winkel waar u uw kleding koopt wel een spiegel hebben. Zo ja: kijk er eens in.

Groet,

JanD