Aan Hans Maarten van den Brink

Bouwmarktcampagne 2019

Meneer Van den Brink,

Bejaarden die zich nooit op social media begeven, kennen u (misschien) nog als oud-journalist van NRC Handelsblad en oud-hoofdredacteur van de VPRO.

Zij hebben wellicht om die reden enig respect voor u.

Zalig zijn de onnozelen van geest.

Die weten dus niet dat u één van de grootste ratten bent die er in de periferie van de journalistiek rondlopen.

Als ik er een elftal van moest coachen, dan zouden Hans Laroes, Petertje Breedveld en u altijd als eersten op het wedstrijdformulier staan. Basisspelers, desnoods met een gebroken poot.

Ik heb het tijdens een interview weleens met Wierd Duk over mensen zoals u gehad.

Duk heeft u leren kennen toen hij -nog voor het AD- de in Duitsland werkende wetenschapper Ruud Koopmans interviewde over diens onderzoek waaruit bleek dat 50 tot 100 miljoen moslims geweldbereid zijn. U éiste toen op hoge poten het recht om een ingezonden stuk te plaatsen, waarin u vooral de boodschapper, Duk, feitenvrij verdacht maakte.

Sindsdien zuigt u richting Duk en andere mensen die niet in uw kampje zitten als een Nilfisk, ‘attendeert’ u werkgevers op ‘foute’ medewerkers als een NSB’er en verdraait u feiten als een kopschoppersadvocaat.

Mensen zoals u zijn gevaarlijk.

Duk wist dat beter te verwoorden dan ik het zou kunnen: “Fysiek zijn ze zelf niet gevaarlijk natuurlijk. Maar achter dat tuig kan altijd iets wegkomen. Een Volkert van wie we het bestaan nog niet kennen. Die door deze types denkt: goh, ik zou de natie een enorm plezier doen als ik die Duk uit de weg zou ruimen. Daarom verwijt ik het hen ook zo. Dat smerige verwijt dat ík mensen oprui, wat ik aantoonbaar níet doe, is zo verwerpelijk omdat het precies is wat zíj doen. Pure hetze.”

Spijker.

Kop.

Zomerlezen juni 2019

Vergeleken met Duk ben ik een kleine jongen.

Maar af en toe richt u uw giftige pijltjes ook op mij.

En dan block ik u maar weer op Twitter (andere media heeft u niet meer, wat dat betreft bent u een aflopende zaak) en lees ik het gezuig, de verdraaiingen en de verzinsels niet meer.

Maar eergisteren kwam u opeens héél dichtbij.

U werd donateur.

En mijn donateurs krijgen elke avond een zogenaamd ‘Toetje van Jan’ in hun mailbox, waarin ik soms over heel persoonlijke zaken schrijf, die alleen voor hun ogen bedoeld zijn.

Ik beschouw hen namelijk een beetje als mijn vrienden.

Omdat zij het mogelijk maken dat ik tijd kan besteden aan het vormen van mijn mening en het publiceren van mijn stukjes. Hun steun voor mijn online activiteiten vervangt een contract van traditionele media, waarvoor mensen met mijn mening nou eenmaal minder snel in aanmerking komen dan mindere schrijvers met een beter in het pulletje passende mening (of kleurtje). Daar hoort u mij overigens nooit over klagen, want ik heb de Volkskranten, de WNL’s en de subsidietieten juist dankzij dat donatiesysteem niet nodig.

Enfin, mijn donateurs zijn dus mensen van wie ik een beetje hou.

En toen kwam u opeens.

Ik ben zeker niet vies van euro’s, want euro’s betalen hier de hypotheek.

Maar van uw euro werd ik opeens héél erg misselijk.

Ik wil u niet als ‘vriend’.

Ik wil u niet eens als lezer.

En ik bepaal helemaal zelf wie ik in mijn leven toelaat.

Dus ik heb de mensen van Backme gevraagd uw euro terug te storten.

Principedingetje.

Kssssssttt, wegwezen, engerd!

Tot nooit!

JanD

PS. Ook mevrouw Dijkgraaf wil geen cent van u, dus de link naar https://bunq.me/mevrouwDijkgraaf ontbreekt vandaag. En die banners hieronder kan ik helaas niet zelf weghalen, anders zou ik een dagje overslaan.