Aan Giovanni Guidetti

Beste meneer Guidetti,

Hoewel ik elke nacht maar kort slaap, hecht ik aan mijn nachtrust. En hoezeer ik ook van sport houd, ik kom er niet speciaal voor mijn bed uit. De enige keer dat ik me kan herinneren was als jong kind. Ik mocht opstaan voor Joe Frazier tegen Mohammed Ali (voor Joe Frazier ja, want ik ben geen meeloper).

Tijdens deze Olympische Spelen deed ik het voor de tweede keer in mijn leven: voor de halve finale van het Nederlands damesvolleybalteam tegen China. Om drie uur ’s nachts ging de wekker. Waarom? Omdat we na de lange mannen uit 1996 eindelijk weer eens een nationaal team hebben dat de harten weet te stelen. En in Rio werd geschiedenis geschreven. Door de dames. Maar vooral, ook, door u. U heeft van het Nederlands damesvolleybalteam een machine gemaakt die binnen goed een jaar de kont stevig tussen de wereldtop heeft gedraaid. En u heeft briljant gecoacht. Bijna elke wissel was raak. U gebruikte de Challenges om scheidsrechterlijke beslissingen te toetsen op de goede momenten. Uw optredens, ook die in de media, waren een lichtend voorbeeld voor al uw collega’s, maar vooral voor die zoutzak van het Nederlands dameshockeyteam. U heeft Nederland weer op de kaart gezet als volleyballand.

Het sleutelwoord: passie.

Ik geloof niet in ‘vierde plaatsen met gouden randjes’. Maar voor u en de volleybaldames maak ik graag een uitzondering.

Misschien wilt u uw Ajax-collega Peter Bosz trouwens even een dvd’tje sturen met de beelden van de volleybalwedstrijd Nederland-China? Dan kan ie de volle ruim twee uur met zijn selectie bekijken. Het zou namelijk lullig zijn als Ajax rond de Kerst al uitgeschakeld is in Europa én Nederland.

Mag ik u ondertussen bedanken voor twee fantastische weken?

Saluto!

JanD