Aan Gerald Roethof

Beste meneer Roethof,

Ik heb een vraag aan u.

Ik kom nooit in Wageningen. Ik loop nooit om vijf uur ’s ochtends met drie vrienden over straat. Ik ben nooit dronken. Ik doe geen drugs. Ik heb geen betonschaar. Ik heb nog nooit een klap gekregen of gegeven. Ik vind het helemaal niet erg als mensen hand in hand over straat lopen. Ik lach er om als mensen tegen me schelden.

Dus de kans is nihil dat ik op een zaterdagnacht doorgesnoven, met mijn bezopen harses, mijn betonschaar tegen de voortanden van Alexander Pechtold zet als ik ‘m op de Bosrandweg in Wageningen hand in hand met Wouter Koolmees tegenkom en hij – geen idee waarom – “Nanananana” dreint, net als dat teringventje uit die Rolo-reclame.

Maar áls het onverhoopt allemaal toch gebeurt, wilt u dan namens mij bij Jeroen Pauw gaan zitten om duidelijk te maken dat de D66-voorman de ware crimineel is?

Alvast bedankt.

Groet,

JanD