Aan Femke Halsema

Boeken algemeen

Beste mevrouw Halsema,

Ik kreeg toevallig gisteren Het Parool onder ogen.

En daarin las ik de volgende tekst:

“De wortels Johan Cruijff, Sjaak de mister.

Jaap de stam.

Toekomst voor altijd Nouri.

Het gejuich, alsof we engelen horen zingen.

Rood-wit het paradijs.

Het levenslied zonder einde.

Omdat we ons kunnen meten met champions,

we waren het bijna vergeten.

De grootheden, Rijkaard, Frank en Frenkie.

Velen zal het doen denken aan 1995, het Ernst Happel Stadion.

Langs Bayern München en I Rossoneri.

Aan de Tulpengeneraal, Litmanen en Kluivert.

Mij doet het denken aan 2006, vak 422. De eerste keer.

Aan Vurnon Anita, ook aan die steward, die toen zei:

Dit is de mooiste baan van de wereld.

Even In de schaduw, nu De Ligt.

Het schone, Schöne.

Onmogelijk om niet verliefd te worden.

Betoverd door magie uit de São Paulo,

is iedereen een Amsterdammer.

Mijn vrienden noemen je Jaxie,

ik zeg gewoon Ajax.”

Even dacht ik dat Het Parool in de gekte van het bereiken van de halve finale van de Champions League door Ajax een schrijfwedstrijd voor Amsterdamse basisscholieren had uitgeschreven. En dat er een griepepidemie heerst op de Amsterdamse scholen en dat dit de enige inzending was.

Maar toen las ik het nog een keer en zag ik ‘2006’ staan. Alle basisscholieren moesten toen nog geboren worden, dus die konden nooit in dat jaar op vak 422 hebben gezeten.

Ik wist, autist die ik er ben, wel meteen dat de persoon die dit wél schreef het had over 22 maart 2006. Die vrieskoude woensdag was namelijk de enige dag in 2006 dat Vernon Anita in de Arena speelde, voor 26.449 man, in de Gatorade Cup, tegen Roda JC (4-1, na verlenging).

Maar dat terzijde.

Hoe kwam deze tekst in Het Parool?

En daar komt u dit Briefje binnen wandelen.

Deze tekst is namelijk afkomstig van een man van 26 die u op 27 maart benoemd heeft tot ‘stadsdichter van Amsterdam’.

Een man van 26 die daarmee de opvolger werd van gerenommeerde namen als K. Schippers, Anna Enquist, F. Starik en Menno Wigman.

Een man van 26 die in 2018 zijn eerste en enige boekje publiceerde en dat nu al verramsjt is.

Een man van 26 van wie ik eerlijk gezegd nog nooit had gehoord, maar die al een heel indrukwekkende carrière achter de rug heeft.

Ik citeer, hem: “Ik ben fulltime schrijver, dichter. Ik schrijf heel veel in opdracht voor bedrijven. Ik draag die teksten voor als ik congressen open, en bijeenkomsten en symposia. Soms schrijf ik heel commercieel, als het over bijvoorbeeld de nieuwe hypotheekaftrekregeling bij de ING gaat. Maar daarna sta ik dan ergens in de stad voor de gemeente Amsterdam een tekst over de sociale cohesie in de buurt voor te dragen. Het is heel divers. Daarnaast geef ik twee dagen les aan de Hogeschool van Amsterdam. Ik heb een theatervoorstelling geschreven, en ik ben bezig met een libretto voor de Nationale Opera & Ballet.”

Ik zoek verder.

Op zijn veertiende naar Nederland gekomen, uit Curacao. Of op zijn tiende, daarover verschillen zijn meningen.

Filosofie gestudeerd – al zou het zomaar kunnen zijn dat dat niet bij een erkende universiteit was.

Dyslectisch. “In het begin dacht ik dat ik dom was.”

Mwah.

Uit een interview met Afro Magazine: “Ik wilde astronaut worden. Dat heb ik eigenlijk best wel lang gedragen. Ik was helemaal gefascineerd door astrologie en alles wat daarbij komt kijken”.

ROFLOL.

Mijn sterrenbeeld is leeuw. Wat is jouw sterrenbeeld? “Astronaut!”

Zijn naam is trouwens: Gershwin Bonevacia.

Dus ik moet een beetje oppassen.

Want als ik deze man van 26 een fabulant noem, of dit ‘gedicht’ een gedrocht, ben ik vermoedelijk weer een racist.

Maar fuck it.

Ajax verdient beter dan ‘Jaap de stam’.

En K. Schippers, Anna Enquist, F. Starik en Menno Wiegman verdienen het niet dat het stadsdichterschap zo wordt besmeurd.

U moet zich kapot schamen.

Groet,

JanD

PS. Ik zag u er nog niet bij staan. Vergeten?

 

One thought on “Aan Femke Halsema

Comments are closed.