Aan Kajsa Ollongren

Vakantie!

Geachte mevrouw Ollongren,

Wat heeft u nú weer gedaan?

Dat krantje is harder nodig dan ooit!”, foeterde mijn broer Jan gisteren toen we onze maatschappelijke plicht aan het doen waren (wij fietsen eens per maand op tandems met bejaarden). “Ze gaan het er voor de hele EU gewoon doordrukken in Brussel! En die demofobe haatheks van een Ollongren krijgt er eerder een natte poes van dan dat ze onze vrijheden beschermt!”

Nou weet ik wel dat hij met wat mensen een krantje is begonnen (hij heeft het steeds over ‘1984’ van George Orwell), maar waarom hij zo ordinair moet schelden op het prachtige Europese project in het algemeen en een democratisch verkozen Nederlandse minister van binnenlandse zaken in het bijzonder ontging mij.

Dus toen we na het fietsen aan de koffie met cake zaten, vroeg ik hem wat hij bedoelde.

“Artikel 11 en 13 van de Copyright Directive, lul”, schreeuwde hij.

Vervolgens kwam er een heel verhaal over dat internet zoals wij het kennen binnenkort niet meer bestaat. Dat er een belasting komt op het plaatsen van linkjes. Dat informatie die burgers op internet willen plaatsen voortaan eerst gescreend moet worden op schendingen van het auteursrecht. Dat de filters die dat gaan doen veel ‘fouten’ maken. Dat het herstellen van die fouten, als het al lukt, zoveel tijd kost, dat het plaatsen van de informatie geen zin meer heeft. Dat de bedrijven die die screening moeten doen uit angst voor boetes extra voorzichtig zullen worden voor ze de informatie doorlaten.

“En”, zo fulmineerde mijn broer Jan, “dat de volgende stap is dat die filters door overheden gebruikt zouden worden om hen onwelgevallige informatie tegen te houden, zoals in Spanje al gebeurde bij het laatste referendum. Daarom zijn de EU én Ollongren en de rest van de coalitie dat hele circus over nepnieuws aan het opvoeren. Terwijl overheden de grootste verspreiders van nepnieuws zijn. En 99 procent van de Nederlanders heeft het niet door of zal het jeuken! Als makke schapen laten ze het gebeuren. Dáárom zijn we dat krantje begonnen. Daar kan de jokvrouw geen filter op loslaten. Daar kunnen angstige zichzelf censurerende internetbedrijven geen stukken in tegenhouden. Het is straks het laatste stukje safe space voor mensen die écht de vrijheid van meningsuiting een warm hart toedragen. Een dure papieren krant! Anno 2018! En dat is kut, want internet heeft ons zo veel gebracht en precies dáárom zijn ze het aan het slopen. We worden te wijs. Dat tuig háát de burger gewoon!”

Ik luisterde inmiddels nog maar half, omdat mevrouw Poepjes zat te knoeien met haar cake en dat ook mijn aandacht vroeg.

Maar vertel eens eerlijk, mevrouw Ollongren, heeft u echt zo’n hekel aan de burgers als mijn broer Jan beweert?

Want dat vind ik best eng klinken.

Ondanks het soms wat onparlementaire taalgebruik van mijn broer Jan, word ik dan misschien ook wel lid van dat krantje (als ie me niet weigert althans, hij is er bot genoeg voor).

U bént er toch juist voor de burger?

U zou toch nooit liegen over uw intenties?

Zo zijn politici toch helemaal niet?

Toch?

Met hartelijke groet,

Kees Dijkgraaf

PS. Gelukkig hebben we de komende dagen Jan-vrij. Hij schrijft een boek. U leest er meer over in zijn nieuwsbrief.